







|
Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en Samenleving
Voor Edward Schillebeeckx.
Speech bij de aanbieding van het boek
Ons rakelings nabij op het gelijknamige symposium,
op 26-2-05 te Huissen, ter ere van zijn 90ste verjaardag door Leo
Oosterveen OP.
Beste Edward,
Ruim een jaar geleden dachten wij op het Dominicaans Studiecentrum druk
na over de inhoud van een nieuw onderzoeksproject. We noemden het De
transformatie van de christelijke identiteit. Culturele en religieuze
verscheidenheid als uitdaging aan de theologie.
Veelomvattend nogal. Hoe zo’n project op te zetten en hoe te beginnen?
Wij herinnerden ons iets: dat jij 90 jaar zou worden. En wij waren op
de hoogte van twee lezingen die je had gehouden en die alles met ons
project te maken hadden. Jij wilde ons je tekst wel afstaan ter publicatie
en wij zouden er reacties omheen organiseren, en zelf ook bijdragen
schrijven en dit alles tot een bundel maken. Snel zal het ook jou
duidelijk zijn geworden dat deze bundel ter ere van je negentigste
verjaardag zou verschijnen, nu alweer een paar maanden terug. Niet erg dat
je dat al wist, want als je zo’n leeftijd bereikt, mogen geheimen eerder
uitlekken.
Ons boek voor jou is dus ook een beetje jouw boek, want jij hebt erin
de aftrap gegeven in je – tot dusver – nieuwste artikel. Het boek is gaan
heten: Ons rakelings nabij. Gedaanteveranderingen van God en geloof. En
het is ter ere van jou. De boventitel, Ons rakelings nabij, is niet
toevallig. Ergens in je artikel heb je het over een rakelings nabije God,
die onkenbaar is, maar niettemin ervaarbaar nabij in, zoals je het noemt
de heerlijkheid van God, dat wil zeggen in de bemiddelingen van heil: in
Jezus en de vertelgemeenschap rondom hem – de kerk, in de liturgie, in de
inzet voor rechtvaardigheid, in de dominicaanse familie. Die nabijheid en
die bemiddelingen veranderen mettertijd. Hoe kan het ook anders, God
appelleert in onze geschiedenis, ja in onze lijdensgeschiedenis en niet
daarbuiten. En mensen proberen dat appèl te verstaan, het te
interpreteren, te ontdekken wat zijn oriëntatiekracht is, en mensen doen
dat telkens in hun tijd en in hun situatie. Zo vatte je het voor ons samen
in je artikel dat op een bepaalde manier de inzet van héél je theologie
samenvat.
Wat ik hier in twee, drie zinnen doodsimpel (en dus te simpel) neerzet,
is het grote project van de hermeneutische theologie, maar ook van jouw
theologie – want de hermeneutische theologie heeft enorm veel aan jouw
bijdrage te danken. Dat geldt ook voor het Dominicaans Studiecentrum, dat
zich in zijn contextueel-theologische arbeid door jouw hermeneutiek
geïnspireerd weet.
Hermeneutische theologen zijn vaak de kop van jut. Hebben hermeneutici
wel een streng wetenschappelijke methode? Nee, zei de vader van de moderne
hermeneutiek, Gadamer. O schande, riepen vele wetenschappers in koor! Zijn
ze wel trouw aan de geloofstraditie?, zo vragen diegenen zich af die
bezorgd zijn om de geloofsschat en om de geijkte formulering daarvan. Als
je durft te spreken over een theologie in een na-traditionele tijd, zoals
DSTS dat deed in zijn vorige project, ben je dan nog wel trouw aan de
christelijke traditie?
Kun je, anders gezegd, met hermeneutische theologie wel school maken en
goede sier? Doe je het ooit wel goed? Een vraag die je jezelf misschien
wel eens gesteld zult hebben, in ieder geval een vraag die wij ons op het
studiecentrum regelmatig stellen.
Geen zorgen. Theologie die geloofservaring en geloofsinterpretatie
dicht bij elkaar wil houden, is nu eenmaal geen school waar je harde
bewijzen leert. Dat is geen wonder. Een rakelings nabije God is geen bruut
feit, maar trekt een spoor in ons leven. Een spoor is slechts een zacht
bewijs, zoals de Chileense dichter Ariel Dorfman zegt. Degene die het
spoor trekt, is op het moment dat het ontdekt wordt, alweer voorbijgegaan.
Hij of zij is ons ontglipt, rakelings. Maar het spoor intrigeert. Zeker
wanneer het vermoeden rijst dat het de goede kant op leidt en er bij een
groep mensen de nieuwsgierigheid gewekt wordt naar de bestemming van het
spoor. Zo kan de schare spoorzoekers aangroeien en in hun kielzog ook de
groep van interpreten en theologen - een speciaal soort sporenlezers. Zij
buigen zich over de vraag wat de betekenis is van de sporen, en of en hoe
we ze opnieuw moeten leren duiden en op hun waarde schatten. Van lieverlee
ontstaat een discussiegemeenschap, waarin het gesprek maar doorgaat en
doorgaat. Een gemeenschap, niet van absolute waarheden, maar wel van
doorleefde overtuigingen, een gemeenschap waarin het vertellen en de
verhalen een traditie gaan vormen. Een vertelgemeenschap rondom zachte
bewijzen: een goede naam voor de kerk in haar beste momenten. Maar ook,
denk ik, voor de gemeenschap die zich rondom jouw theologische verhaal
heeft gevormd.
Dat we hier met zovelen zijn ter gelegenheid van je 90ste verjaardag,
is ondenkbaar zonder het feit dat zovelen van ons zich aangetrokken voelen
tot het soort theologie waarin jij ons bent voorgegaan. Ondenkbaar zonder
de velen die in jouw spoor zijn gaan zoeken naar Gods rakelingse
nabijheid. Een paar van hen hebben fragmenten van deze nabijheid verwoord
in de artikelen van de bundel die ik je aanstonds aanbied. Artikelen die
een respons zijn op jouw openingsartikel. Ze gaan over zaken waar jij je,
soms zeer uitvoerig, mee bezig hebt gehouden: de dominicaanse traditie, de
uniciteit van Jezus en de wereld van de vele godsdiensten en culturen, een
rechtvaardige samenleving, verzoening en Gods bevrijdende aanwezigheid, de
Geest in een veelkleurige samenleving. Het zijn theologische leerlingen
van je, vrienden, collega’s, sommigen uit de dominicaanse wereld, maar ook
mensen die vanuit een heel andere kant jou op het spoor zijn gekomen.
Auteurs die overtuigd zijn van de dynamische identiteit van de
christelijke traditie en die in jouw lijn eigen, verdere sporen getrokken
hebben. Of je je herkennen zult in de plekken waar ze zijn uitgekomen? Ik
weet het niet zeker. Maar ik denk het eigenlijk toch wel – je bent er
immers jong of in ieder geval jeugdig genoeg voor!!
Op je verjaardag in november vorig jaar kondigde ik op de Nijmeegse
universiteit het symposium van vandaag aan. Je was er ook en je zag er
zwak uit. “Zal hij dat halen?”, hoorde ik een paar mensen bezorgd
fluisteren. Maar jijzelf maakte korte metten met alle twijfel. Je zei
tegen mij: “O, in februari ben ik weer grotendeels opgeknapt en kan ik
zulke studiedagen weer veel beter aan”….. “Ik ben en blijf gelovig
optimist”, zo besluit je je artikel. Je aanstekelijke optimisme, gevoed
door een welgemoed geloof in een menselijke God, heeft je intussen 90 jaar
op de been gehouden en zal dat hopelijk nog een tijd doen. Je hebt van dat
optimisme getuigd in het enorme oeuvre dat je ons geschonken hebt. Maar je
hebt er ook blijk van gegeven door wie je bent, door je enthousiasme
waaraan zovelen in je omgeving, je medebroeders voorop, zich hebben
opgetrokken.
Maar we weten ook: je bent broos nu je de 90 bent gepasseerd. Op dit
moment wil ik je zeggen dat het verhaal doorgaat. Het verhaal van de
Levende, waaraan jij je hele leven hebt geschreven. Maar ook het verhaal
van jouw theologie, waaraan anderen nog telkens, soms onverwachte
hoofdstukken toevoegen. Een paar van deze hoofdstukken staan bij elkaar in
dit boek. Ik ben blij dat ik, namens de redactie en de staf van het DSTS,
nu jou het eerste exemplaar kan overhandigen. |

Dominicaans Studiecentrum
voor Theologie en Samenleving
Erasmusgebouw k17.28, Nijmegen
Postadres:
Nieuwe Herengracht 18
1018 DP Amsterdam
Tel. 020-6235721
secretariaat@nieuwwij.nl
www.dsts.nl |