DSTS | Bring in the light
23638
post-template-default,single,single-post,postid-23638,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,select-theme-ver-3.2.1,wpb-js-composer js-comp-ver-4.12,vc_responsive

Bring in the light

In Nederland kennen we de pioniersplekken als plaatsen voor kerkvernieuwing. In Harlem (New York) heeft de Joodse gemeenschap een soortgelijk iets, de lab/shul. Het is een laboratorium-synagoge. Ik vier daar zaterdag 1 december de Sabbat. Het blijkt de Sabbat voor Chanoeka te zijn. Chanoeka is het achtdaagse feest van de onverwachte overwinning van het licht over de duisternis. Het feest bevat het wonder van het kleine kruikje dat voldoende gewijde olie blijkt te bevatten om de Menorah in de Tempel acht dagen te laten branden. Het grootste wonder van Chanoeka is misschien wel dat er mensen waren die überhaupt op zoek gingen naar gewijde olie te midden van de ravage en ontwijding die de Grieken hadden aangericht.

Deze dagen ben ik in New York voor een bijeenkomst van de Verenigde Naties (VN). Doel van deze bijeenkomst is om de samenwerking te versterken tussen religie en overheid op duurzame ontwikkeling. In 2015 hebben meer dan 150 landen in de algemene vergadering van de VN de 17 Sustainable Development Goals (SDGs) aangenomen, zoals armoedebestrijding, goed onderwijs en aanpak van klimaatverandering. De inzet is om deze doelen in 2030 gerealiseerd te hebben. Gaandeweg zijn deze doelen een gezamenlijke agenda geworden van overheid, bedrijfsleven en ngo’s om het goede leven voor allen vorm te geven. Religieuze tradities spelen in deze agenda echter nauwelijks een rol. De bijeenkomst gaat dan ook over het leren verstaan van elkaars taal als religies en overheid en het bouwen aan vertrouwen om tot een gezamenlijke agenda te komen. Uitgebreid wordt er gekeken naar concrete praktijken waar al samenwerking is.

Tegen het einde van de Sabbat roept de rabbijn van de lab/shul ‘Bring in the light’. De kaars waarmee het licht van Chanoeka ontstoken gaat worden, wordt binnengebracht. Traditiegetrouw zullen de kaarsen van Chanoeka de komende dagen buiten aangestoken worden, omdat ze staan voor het licht van hoop in de wereld. In de termen van ons Dominicaanse onderzoeksproject, zou je kunnen zeggen dat Chanoeka het feest is van ‘het goede leven voor allen’.

Na de Sabbats-viering komt de rabbijn naar me toe en drukt me een chanoekakaars in de handen: “Alsjeblieft, om mee te nemen naar Amsterdam. Bring in the light”. Als ik later thuiskom, zijn in het Dominicaanse klooster waar ik verblijf, de voorbereidingen voor het andere lichtfeest, advent, al in volle gang. In de entree van het gastenverblijf struikel ik bijna over de rode planten, waarmee de kerk van Sint Vincent Ferrer voor advent binnenkort versierd wordt.

De kaars van de rabbijn is ongeschonden in Amsterdam aangekomen. Ik ben benieuwd of mijn  collega’s bij het DSTS deze kaars samen met mij buiten in Amsterdam willen aansteken. Zal deze kaars acht dagen blijven branden? En wie of welke plek in Amsterdam zou daar het meeste behoefte aan hebben?

Hoe dan ook, binnen ons project ‘Het goede leven voor allen’ zal ik het licht vanuit de Joodse traditie inbrengen in een artikel over hoop in de context van klimaatverandering. Het artikel is een vorm van publieke theologie, die bij wil dragen aan maatschappelijke vraagstukken zoals verwoord in de SDGs. Tegelijkertijd vraag ik me af of alleen zo’n artikel niet te cognitief en te makkelijk is. Zijn het juist niet de religieuze tradities, die met verbeelding, verhalen, rituelen en kaarsen de hele mens kunnen inspireren. Kunnen deze tradities juist hiermee geen wenkend perspectief, het beloofde land, oproepen. Verdiepen ze daarmee niet de seculiere SDGs, zoals die op klimaatverandering (SDG 13)? Stel je eens voor dat Martin Luther King had gezegd ‘Ik heb een nachtmerrie’ in plaats van ‘Ik heb een droom’. Hoe zou de wereld er dan uitgezien hebben? Veel berichten over klimaatverandering oriënteren ons op een nachtmerrie. Waar is echter de droom. Deze tijd van Chanoeka en advent is bij uitstek de tijd om met elkaar op zoek te gaan naar die droom. ‘Bring in the light’ roepen ze ons toe, niet over onze hoofden heen, maar in het leven en de modder van alle dag, geïncarneerd zoals in het kind van Bethlehem. Het samen zoeken naar dit licht, naar deze hoop, te midden van alle nachtmerries aan de ene kant en scepticisme aan de andere kant, is dan misschien nog wel het grootste wonder. Zou deze zoektocht niet begeleid moeten worden door pioniersplekken, lab/shuls of een combi ervan in het publieke domein, ingevuld als werkplaatsen van hoop voor allen: overheid, bedrijfsleven, ngo’s en religieuze tradities? Bring in the light.

 

Jan Jorrit Hasselaar