DSTS | Actueel
146
archive,category,category-actueel,category-146,ajax_fade,page_not_loaded,,select-theme-ver-3.2.1,wpb-js-composer js-comp-ver-4.12,vc_responsive

Actueel

DSTS wenst je en ons allen een Kerstmis en een nieuw jaar vol licht en vrede toe

Plotseling wordt de stilte verbroken. Is het weer  kanongebulder? Nee, er klinkt een stem, een Duitse, die zachtjes zingt: Stille Nacht! Heil’ge Nacht! Vervreemd zweeft het lied over de geboorte van het vredeskind over het uiteengerukte en doodse land. Maar dan barst het gezang los vanuit de Duitse loopgraven en golft het over de velden van Vlaanderen. Aan de andere kant blijft het even stil, tot de geallieerden beginnen te klappen en te roepen: ‘More, more’. De Duitsers antwoorden met ‘Merry Christmas, Englishmen’ en ‘We not shoot, you not shoot’. Het nieuws van de kleine vrede in de grote oorlog verspreidt zich als een lopend vuurtje; van de Noordzee tot aan de Zwitserse grens leggen vijanden de wapens neer en gaan samen kerstmis vieren. Nu het geweld is gestaakt, worden de doden in het niemandsland  begraven. Soldaten staan zij aan zij bij de graven. Het Onze Vader klinkt wisselend in het Engels en het Duits. Hierna  drinken ze champagne met elkaar, roken samen een sigaret en spelen een potje voetbal. 

Deze kleine vrede met Kerst 1914 is een unicum. Zo’n vrede, van onderaf door gewone mensen uitgeroepen, is nooit eerder in een oorlog voorgekomen. “It was the most wonderful thing of the war”, is later te lezen in berichten van ooggetuigen in Engelse kranten. 

Dit jaar is het precies een eeuw geleden dat de grote oorlog ten einde kwam. De duizenden fakkels bij de Tower of London eerder dit jaar zetten ons stil bij het licht dat terugkwam in en na de oorlog. Dat licht van vrede wil ook schijnen in onze levens en onze dagen, soms op onverwachte plekken en ontstoken door hen waarvan je het niet verwacht.

Van harte wensen we je en ons allen een Kerstmis en een nieuw jaar vol licht en vrede toe.

Bring in the light

In Nederland kennen we de pioniersplekken als plaatsen voor kerkvernieuwing. In Harlem (New York) heeft de Joodse gemeenschap een soortgelijk iets, de lab/shul. Het is een laboratorium-synagoge. Ik vier daar zaterdag 1 december de Sabbat. Het blijkt de Sabbat voor Chanoeka te zijn. Chanoeka is het achtdaagse feest van de onverwachte overwinning van het licht over de duisternis. Het feest bevat het wonder van het kleine kruikje dat voldoende gewijde olie blijkt te bevatten om de Menorah in de Tempel acht dagen te laten branden. Het grootste wonder van Chanoeka is misschien wel dat er mensen waren die überhaupt op zoek gingen naar gewijde olie te midden van de ravage en ontwijding die de Grieken hadden aangericht.

Deze dagen ben ik in New York voor een bijeenkomst van de Verenigde Naties (VN). Doel van deze bijeenkomst is om de samenwerking te versterken tussen religie en overheid op duurzame ontwikkeling. In 2015 hebben meer dan 150 landen in de algemene vergadering van de VN de 17 Sustainable Development Goals (SDGs) aangenomen, zoals armoedebestrijding, goed onderwijs en aanpak van klimaatverandering. De inzet is om deze doelen in 2030 gerealiseerd te hebben. Gaandeweg zijn deze doelen een gezamenlijke agenda geworden van overheid, bedrijfsleven en ngo’s om het goede leven voor allen vorm te geven. Religieuze tradities spelen in deze agenda echter nauwelijks een rol. De bijeenkomst gaat dan ook over het leren verstaan van elkaars taal als religies en overheid en het bouwen aan vertrouwen om tot een gezamenlijke agenda te komen. Uitgebreid wordt er gekeken naar concrete praktijken waar al samenwerking is.

Tegen het einde van de Sabbat roept de rabbijn van de lab/shul ‘Bring in the light’. De kaars waarmee het licht van Chanoeka ontstoken gaat worden, wordt binnengebracht. Traditiegetrouw zullen de kaarsen van Chanoeka de komende dagen buiten aangestoken worden, omdat ze staan voor het licht van hoop in de wereld. In de termen van ons Dominicaanse onderzoeksproject, zou je kunnen zeggen dat Chanoeka het feest is van ‘het goede leven voor allen’.

Na de Sabbats-viering komt de rabbijn naar me toe en drukt me een chanoekakaars in de handen: “Alsjeblieft, om mee te nemen naar Amsterdam. Bring in the light”. Als ik later thuiskom, zijn in het Dominicaanse klooster waar ik verblijf, de voorbereidingen voor het andere lichtfeest, advent, al in volle gang. In de entree van het gastenverblijf struikel ik bijna over de rode planten, waarmee de kerk van Sint Vincent Ferrer voor advent binnenkort versierd wordt.

De kaars van de rabbijn is ongeschonden in Amsterdam aangekomen. Ik ben benieuwd of mijn  collega’s bij het DSTS deze kaars samen met mij buiten in Amsterdam willen aansteken. Zal deze kaars acht dagen blijven branden? En wie of welke plek in Amsterdam zou daar het meeste behoefte aan hebben?

Hoe dan ook, binnen ons project ‘Het goede leven voor allen’ zal ik het licht vanuit de Joodse traditie inbrengen in een artikel over hoop in de context van klimaatverandering. Het artikel is een vorm van publieke theologie, die bij wil dragen aan maatschappelijke vraagstukken zoals verwoord in de SDGs. Tegelijkertijd vraag ik me af of alleen zo’n artikel niet te cognitief en te makkelijk is. Zijn het juist niet de religieuze tradities, die met verbeelding, verhalen, rituelen en kaarsen de hele mens kunnen inspireren. Kunnen deze tradities juist hiermee geen wenkend perspectief, het beloofde land, oproepen. Verdiepen ze daarmee niet de seculiere SDGs, zoals die op klimaatverandering (SDG 13)? Stel je eens voor dat Martin Luther King had gezegd ‘Ik heb een nachtmerrie’ in plaats van ‘Ik heb een droom’. Hoe zou de wereld er dan uitgezien hebben? Veel berichten over klimaatverandering oriënteren ons op een nachtmerrie. Waar is echter de droom. Deze tijd van Chanoeka en advent is bij uitstek de tijd om met elkaar op zoek te gaan naar die droom. ‘Bring in the light’ roepen ze ons toe, niet over onze hoofden heen, maar in het leven en de modder van alle dag, geïncarneerd zoals in het kind van Bethlehem. Het samen zoeken naar dit licht, naar deze hoop, te midden van alle nachtmerries aan de ene kant en scepticisme aan de andere kant, is dan misschien nog wel het grootste wonder. Zou deze zoektocht niet begeleid moeten worden door pioniersplekken, lab/shuls of een combi ervan in het publieke domein, ingevuld als werkplaatsen van hoop voor allen: overheid, bedrijfsleven, ngo’s en religieuze tradities? Bring in the light.

 

Jan Jorrit Hasselaar

Ver­schil­lend, en dan?

VU-symposium met Karen Armstrong op 29 november, 14.30-16.30u

Wat is de betekenis van compassie in een tijd van toenemende polarisatie? Donderdag 29 november gaan we tijdens het symposium Verschillend, en dan? hier uitvoerig op in. Hoe kan compassie ons helpen verschillen in achtergrond, geaardheid en overtuiging om te vormen tot een bron van inspiratie. Hoofdspreker is VU-eredoctor Karen Armstrong. Zij reikt tijdens het symposium ook de Compassieprijs 2018 uit.

Het symposium duurt van 14.30 tot 16.30 uur. Na afloop is er gelegenheid tot netwerken onder het genot van een drankje.

Programma

  • Opening door presentator Aldith Hunkar
  • Welkomstwoord van Mirjam van Praag, voorzitter Vrije Universiteit Amsterdam
  • Lecture ‘Compassion inside and outside the university’ door VU-eredoctor Karen Armstrong
  • Reactie van VU-alumna Domenica Ghidei, lid College voor de Rechten van de Mens
  • Talkshow, geleid door Aldith Hunkar, over VU initiatieven voor meer compassie: The Refugee Academy (met Halleh Ghorashi), Inside-out Prison Exchange Program (met Anne-Marie Slotboom en Elanie Rodermond), Nieuw Wij (met Manuela Kalsky), Genderteam Amsterdam UMC, locatie VUmc (met Muhammed al-Tamimi), Martin Luther King Lezing (met Dave Ensberg-Kleijkers)
  • Prijsuitreiking Compassieprijs 2018 door Karen Armstrong
  • Theatrale opening en afsluiting door Stichting Julius Leeft!

NB: het programma is grotendeels Engelstalig.

Meer informatie op de VU-website.
Aanmelding kan via deze link

De rozenkrans re-invented    

Onwennig en onhandig laat ik de kralen door mijn vingers glijden.

Wees gegroet Maria, vol van genade, de Heer is met u.

Om mij heen bidden vader Jessie en twee andere Dominicaanse broeders de rozenkrans hardop in het Latijn:

Gij zijt de gezegende onder de vrouwen en gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot. Heilige Maria, moeder van God, bid voor ons zondaars, nu en in het uur van onze dood. Amen.

Ik bevind mij in het klooster Santa Sabina, het bestuurlijk hoofdkwartier van de Dominicaanse orde in Rome. Santa Sabina is het klooster dat Dominicus (ca. 1172-1221) in 1218 van paus Paus Honorius III kreeg. Ik ben hier om me wat te verdiepen in de Dominicaanse familie en spiritualiteit. Opvallend is de rol die Maria hier speelt. In de cel van de heilige Dominicus hangt een verrassende afbeelding van Maria met vele Dominicanen onder haar mantel. Deze afbeelding gaat terug op een visioen van Dominicus. In dit visioen zag hij dat onze lieve Heer werd omringd door allemaal orden, zoals de Benedictijnen en de Franciscanen. Dominicus vroeg zich hardop af, waar zijn orde was. De Heer wijst naar Maria. Als engelen haar mantel oplichten, dan blijken de Dominicanen geborgenheid gevonden te hebben bij haar.  Sindsdien is Maria de patronage van de orde.

 

Elke avond om 19:10 wordt hier in Santa Sabina de rozenkrans gebeden. Het verhaal gaat dat Sint Dominicus het rozenkransgebed uit de handen van Maria zelf gekregen heeft. Het gebed bestaat uit het bidden van het Onzevader (15 keer) en het Weesgegroet (150 keer). Tijdens het bidden van de rozenkrans wordt de geboorte, het leven, het lijden en de opstanding van Jezus overwogen. Het gebed heeft niet altijd deze inhoud gehad. Het rozenkransgebed is een vervanging van het bidden van de 150 psalmen in het klooster, wat het bidden makkelijker maakte voor mensen die geen tijd hadden om de psalmen te bidden of deze niet konden lezen. Eerst werd er vooral 150 keer een Onze Vader gebeden. Later werd hieraan in het Westen de devotie tot Maria verbonden. Tijdens het rozenkransgebed wordt één van de delen van de zogeheten Geheimen van de Rozenkrans overwogen. Eeuwenlang waren er drie geheimen: de Blijde, Droevige en Glorievolle Geheimen. Deze hadden betrekking op de geboorte van Jezus, zijn lijden en zijn dood, maar nauwelijks op zijn leven. In 2002 heeft paus Johannes Paulus II de geheimen van het licht toegevoegd, die vooral aan Jezus’ leven herinneren. Samen vormen de geheimen zo een korte samenvatting van het levensverhaal van Jezus en Maria.

De geheimen van de rozenkrans zijn volgens Erik Borgman, in zijn Waar blijft de kerk (2015), een manier om te helpen “Gods blijvende nabijheid en betrokkenheid bij het alledaagse leven aan het licht te brengen”. Voor vele gelovigen zal dit inderdaad gelden. Als ik kijk naar het Nederland van 2018 dan is wel de vraag of deze vormgeving van de rozenkrans mensen, vooral de jonge generatie, helpt om de wereld en jezelf op een nieuwe manier te zien, namelijk vanuit God’s licht waarin een ieder ten diepst geliefd is. Misschien dat een rozenkrans in de broekzak van studenten theologie nog wel helpt om hun wereld en henzelf in het licht van het evangelie te zien.  Mijn studenten bedrijfskunde kennen die verhalen echter helemaal niet meer, laat staan dat ze beseffen wat er mee gezegd wil worden.

Een mooie poging om de traditie van de rozenkrans te ontsluiten voor andere doelgroepen, zijn de levensparels van de Zweedse lutherse bisschop Martin Lönnebo. Het is een achttienkralenarmband waarvan de kralen allemaal een andere kleur hebben. Elke parel staat voor een levensthema, zoals liefde, vriendschap of leegte. Ik kan me voorstellen dat de levensparels meer aansluiten bij mijn bedrijfskunde studenten dan het huidige rozenkransgebed. Deze levensparels zijn echter nergens meer te krijgen en misschien kan het nog wel eenvoudiger. De rozenkrans draagt in zich de 150 psalmen en is een samenvatting van het leven van Jezus. Waarom kunnen we dan niet volstaan met de samenvatting van de Torah en profeten zoals Jezus die gegeven heeft, bijvoorbeeld in het evangelie van Lucas:: “Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.” In een rozenkrans voor jongeren heet dat dan misschien zoiets als: “Je bent geliefd en de ander ook”. Als jongeren deze woorden bij zich dragen, dan kunnen zijzelf en hun wereld er wel eens heel anders uit komen te zien.

 

Jan Jorrit Hasselaar

Opinie: Het is maar een verhaal  

 Een dag of tien geleden werd ik op de markt aangesproken door zo’n jonge, frisse student die donateurs aan het werven was. Voor Unicef, ditmaal. Directe aanleiding: de aardbeving in augustus op Lombok, een van de vele eilanden van Indonesië. Daarmee raakte deze student bij mij een gevoelige snaar. Om meerdere redenen voel ik me nog steeds verbonden met die voormalige Nederlandse kolonie. Mijn twijfels over de Nederlandse rol in dat grote eilandenrijk van twee oceanen verderop begonnen zo’n veertig jaar geleden, toen ik nog op school zat en moest “lezen voor de lijst”. Ik had Multatuli’s Max Havelaar op mijn literatuurlijst staan. Het meesterwerk waarin de schrijver een genadeloos portret borstelt van de Nederlandse koloniale praktijk in “ons Indië”. Multatuli – een voormalig bestuursambtenaar in de kolonie – deed dat niet door een pamflet te schrijven, wel door een verhaal te vertellen. En wat voor een verhaal. Ik begon destijds ’s avonds op mijn zolderkamertje te lezen en kon niet meer ophouden tot ik het uit had. Mijn ouders hebben nooit geweten dat ik die nacht alleen maar gelezen heb en niet geslapen.

 

Zeggingskracht

Max Havelaar heeft mijn kijk op de Nederlandse koloniale geschiedenis ingrijpend beïnvloed, zoals dat is gebeurd bij veel meer lezers van deze meesterverteller. Van de Max Havelaar zal je nooit kunnen zeggen, dat het “maar een verhaal” is. Het heeft mij in ieder geval duidelijk gemaakt dat een echt verhaal – zo’n verhaal waarvan John Ronald Reuel Tolkiens Sam Gamgee zei “the stories that stay with you” – een zeggingskracht heeft die werkelijk dingen kan laten gebeuren. Zulke verhalen lees of hoor je op eigen risico: ze kunnen zomaar je kijk op de wereld veranderen. En dan kun je vervolgens hun zeggingskracht wel negeren, maar ook dat doe je op eigen risico. Een echt verhaal vertelt ons iets wezenlijks over wie wij als mensen zijn, en hoe we in de wereld kunnen of zouden moeten staan. Of hoe we dat juist niet moeten doen. In termen van de semiotiek, de wetenschap die zich bezighoudt met het ontstaan van betekenis, wordt dat het programma en antiprogramma van een verhaal genoemd. Het antiprogramma van Max Havelaar wordt door Multatuli in het laatste hoofdstuk nog eens expliciet neergezet, maar voor iedere goede lezer is dat al lang duidelijk: in Nederlands-Indië worden meer dan dertig miljoen onderdanen van de Nederlandse koning mishandeld en uitgezogen “in uw naam”.

 

Niet-begrijpende blikken

Op dezelfde dag dat ik op de markt werd aangesproken, stond in de Volkskrant een interview met Alain Verheij, een van de jonge spraakmakende theologen in Nederland. In dat interview werd hem onder meer gevraagd wat hij deed om jongeren opnieuw warm te maken voor de christelijke traditie. Zijn antwoord: “Door Bijbelverhalen te vertellen; dat zijn verhalen die mensen al tweeduizend jaar inspireren”. En daarmee slaat hij de spijker op de kop. Een van de vragen die ik als theoloog vaak krijg is: “Het is toch niet echt gebeurd, wat daar in de Bijbel staat?” En mijn antwoord luidt dan steevast: “Of het echt gebeurd is, dat doet niet ter zake. Het zijn verhalen, en een goed verhaal heeft zijn eigen waarheid”. En als dat dan niet-begrijpende blikken oplevert – wat het vaak doet – dan haal ik graag het voorbeeld van de Max Havelaar erbij. Ook “niet echt gebeurd” – het is een roman – maar Multatuli heeft met dat ene boek meer gedaan om Nederlanders bewust te maken van wat er in hun naam in Indonesië uitgehaald werd, dan mogelijk was geweest met twintig pamfletten. Zijn verhaal is herkend als “waar”. Geen feitelijke “echt gebeurd”-waarheid, maar een verhaal-waarheid. Waarheid in de zin van: een zeggingskracht die zomaar je kijk op de wereld kan veranderen. En wie zo’n waarheid aan de kant schuift – of het nu die van de Max Havelaar is of die van de verhalen uit de Bijbel – doet dat op eigen risico.

 

Heleen Ransijn

 

Deze column verscheen eerder in het christelijke opinieweekblad Tertio (10 oktober 2018). Info over abonneren of een proefnummer aanvragen: www.tertio.be.

Erbij horen

 

 

Van 27 tot 31 augustus 2018 vond aan de Vrije Universiteit Amsterdam in samenwerking met de Universität Hamburg een Summer School plaats. 50 Duitse en Nederlandse studenten, afkomstig uit verschillende wetenschappelijke disciplines, werkten samen aan het thema ‘Seeking for Belonging. Societal and Societal Dimensions’. De donderdagochtend stond in teken van het veranderende religieuze en culturele landschap van Nederland en de daarmee opkomende vragen naar belonging.

 

Theologe Manuela Kalsky, directeur van het Dominicaans Studiecentrum en bijzonder hoogleraar op de Schillebeeckx-leerstoel aan de Vrije Universiteit, maakte de studenten wegwijs in het veranderende religieuze en levensbeschouwelijke landschap van Nederland. Wat zijn de gevolgen van individualisering en secularisering, van de komst van mensen met andere religieuze en culturele achtergronden en het ontstaan van ‘ongebonden spiritualiteit’? Ze liet de resultaten zien van het DSTS en VU onderzoek naar ‘multiple religious belonging’, waaruit blijkt dat een kwart van de Nederlandse bevolking voor hun zingeving uit verschillende religieuze bronnen putten. Wat betekent dat voor de tot nu toe via confessies ingedeelde geestelijke verzorging in bijvoorbeeld ziekenhuizen en gevangenissen? De vraag zal iedereen nog even bezighouden, hoe we constructief-kritisch met culturele en levensbeschouwelijke verscheidenheid om kunnen gaan in onze West-Europese samenleving, zodat we zonder de onderlinge verschillen weg te poetsen, het goede leven voor allen bevorderen.

 

Portugese synagoge

 

 

In de middag nam Manuela Kalsky de studenten mee naar de Protestantse Diaconie Amsterdam, waar het Dominicaans Studiecentrum gevestigd is. Een bezoek aan het Wereldhuis stond op het programma. Het biedt mensen zonder papieren dagopvang, een warme maaltijd en steun. Daarna volgde een rondleiding door de oude joodse buurt, met o.a. een bezoek aan de Portugese Synagoge.

 

 

Warme maaltijd in ‘De Kas’

Ondertussen hadden de bezoekers van het wereldhuis voor ons een warme maaltijd bereid, die we in de kas aten, de plek waar  s’ middags de mensen zonder papieren voor hun warme maaltijd bijeen komen.

Het was een dag met veel nieuwe informatie en indrukken voor de studenten. Een dag waar hoofd een hart, theorie en praxis bij elkaar kwamen – en het inzicht dat ‘erbij horen’ in onze tijd een uitermate complexe aangelegenheid en opgave is.

 

Manuela Kalsky

Building Bridges for the Future: 3e internationaal congres van Catholic Theological Ethics in the World Church te Sarajevo – Een impressie

 

Een maand geleden verzamelden een 500-tal katholieke ethici in Sarajevo voor een 3e internationaal congres van het netwerk Catholic Theological Ethics in the World Church. Opgericht in 2003 op initiatief van de jezuïet James Keenan (Boston College), beoogt het netwerk onderzoek binnen theologische ethiek te stimuleren en daarbij ethici van over de hele wereld met elkaar te verbinden. Dit gebeurt via beurzen voor jonge en in het bijzonder vrouwelijke onderzoekers, regionale conferenties per continent, website, nieuwsbrief en een boekenreeks, en dus ook internationale congressen.

 

 

Diversiteit en pluralisme in beeld

Na Padua (2006) en Trente (2010) verzamelden de ethici dit keer in Sarajevo. De afgelopen jaren leverden Keenan en het planningsteam een doorgedreven inspanning opdat het netwerk werkelijk globaal zou worden. Deze inspanningen bleken niet tevergeefs: 80 landen waren vertegenwoordigd, met maar liefst twee derde van de deelnemers uit het Zuiden. Bovendien neemt het ook de doelstelling van het ondersteunen van jonge onderzoekers ter harte: dertig procent van de participanten zijn jonge onderzoekers. Met één derde vrouwelijke deelnemers en de keuze voor enkele keynotes die in hun land eerste vrouwelijke moraaltheologen vertegenwoordigen, maakte het netwerk haar focus op het ondersteunen van vrouwelijke ethici waar. Op die manier “versterkte” dit congres “de stem van vrouwen”, zoals de National Catholic Reporter schreef. In de historische stad Sarajevo kwamen ze samen om na te denken over ‘Building bridges for the Future’.

 

“Bouw bruggen, geen muren”

Het thema sluit uit aan bij paus Franciscus’ aandacht om ‘bruggen te bouwen, geen muren’, zoals hij in zijn pauselijke brief gericht aan de deelnemers van dit congres aangeeft.  Om de meer dan noodzakelijke bruggen te bouwen in de wereld, benadrukte hij ook het belang van dialoog en netwerken tussen de theologen onderling, zodat een netwerk van theologisch ethische reflectie ontstaat dat “nieuwe en effectieve” pistes tot handelen ontwikkelt om “met compassie en aandacht tragische situaties” het hoofd te bieden. Hiermee vat hij meteen een aantal kernelementen van het congres samen: het gevoel van urgentie,de noodzaak aan dialoog, en link tussen theologische ethiek en handelen.

 

Mayday?

Zo erg was de uitroep en het gevoel van urgentie (nog) niet, maar veel gevoerd gespreksonderwerp waren de verschillende crises die onze wereld bedreigen: de politieke crises, de ecologische crises, de migratiecrises, … Hoewel, als iets duidelijk werd tijdens dit congres, was het wel dat het niet gaat om ‘de crises’, maar dat de gezichten van deze crises veelkoppig zijn, afhankelijk van de context waarin ze verschijnen.  Terwijl het fenomeen van migratie in West-Europa voornamelijk identiteitsvragen oproept alsof er een ‘France eternelle’ of ‘Europe eternelle’ zou bestaan zoals Alain Thomasset (Frankrijk) bevraagt, vertelt Bambang Irawam hoe de jeugd massaal de economische ongelijkheid van Indonesië ontvlucht maar daardoor slachtoffer wordt van mensenhandel. Ondertussen staat Kerela (Zuid-West India) blank door extreme moessonregens als gevolg van klimaatverandering die vooral de meeste kwetsbaren treft aldus George Kodithottam (India), terwijl we in West-Europa (voorlopig) genieten van warme, heilzame zomertemperaturen.

De politieke crisis lijkt, ondanks de veelzijdige manifestatie ervan, meer gelijkenissen te vertonen. Zoals de identiteitsvragen, zij het in West-Europa vaak als gevolg van migratie, in Afrika als gevolg van zowel globalisering als ‘geweldadige’ structuren waarin Afrikaanse sociale waarden niet langer prominent aanwezig zijn zoals Zr. Anne Celestine Oyier Ondigo Achieng (Nairobi) analyseerde. Een exclusivistisch, polariserend en radicaliserend discours lijkt wereldwijd legio. Opvallend is echter dat voornamelijke de middenklasse en hoogopgeleide jonge mensen dit discours hanteren. In tegenstelling tot de verwachting dat het de arme, blanke arbeiders zijn die Trump tot president verkozen, ondergraaft Kenneth Himes (VS) met de analyses van de verkiezing deze perceptie. De arbeiders hebben echter wel reden tot frustratie en angst, maar blijkbaar zijn “de armen te arm om radicaal te zijn” zoals Irawam (Indonesië) het uitdrukte. Algemeen, echter, hebben we wereld te maken met een ‘globale democratische recessie’ aldus Himes nog. En een ‘crisis of belonging’, zoals Emmanuel Katongole (Oeganda) benadrukt.

Nog tenminste één element bleek gemeenschappelijk: de nood aan dialoog. Dialoog tussen kerk en politieke leiders (zoals bijvoorbeeld in Congo waar bisschoppen zich uitdrukkelijk uitspreken tegen politiek beleid in tegenstelling tot Ivoorkust waar dit net ontmoedigd wordt en naar ‘leken’ verwezen wordt), dialoog tussen religies (zoals in India waar hindoeïsme politiek gebruikt wordt om macht te behouden) en dialoog tussen theologische ethiek en de samenleving.

 

Sarajevo als ontmoetingsplaats voor dialoog

Voormalige bibliotheek, nu stadhuis, Sarajevo.

De Italiaan Antonio Autiorio opende het congres met de gedachte dat een dialogische een “fundamentele houding” is voor een theologie, geinspireerd en gevoed door God die mens werd; ze kan onmogelijk “zelfreferend” zijn of blijven. Zorica Maros ging nog een stap verder door te stellen dat “een oprechte dialoog niet alleen een manier van denken is, maar ook een manier van zijn en leven.” Als jonge Bosnische theologe weet ze waarover ze het heeft. Vandaar dat Sarajevo als plaats bijzonder goed gekozen was. Met de restanten van de oorlog nog zichtbaar aanwezig (in de vorm van vele kogelgaten in gebouwen, vernietigde huizen en rode vlekken geschilderd op plaatsen waar een granaatinslag was), was tevens zichtbaar hoe in deze stad en dit land  verschillende religies letterlijk naast maar ook met elkaar proberen te leven – zonder de latente spanningen te willen negeren of onderschatten. Wil Zorica haar samenleving verder mee opbouwen, is een geleefde dialoog de enige weg vooruit. In zulke contexten kan theologische ethiek het zich niet veroorloven in ivoren torens te blijven, maar dient zij handen en voeten te krijgen.

 

 

Passie en een ‘revolutie van hoop’

En dit was ook de teneur doorheen het hele congres. Het is niet voldoende om als theologen in de zijlijn toe te kijken en commentaar te leveren; er moet ook iets gedaan worden. In die zin was het opmerkelijk dat de meeste deelnemers dan ook hun werk niet in eerste instantie kaderden als bijdragen aan academische onderzoek, maar veeleer als probleem-oplossend in particuliere contexten. Engagement en orthopraxis blijken kernbegrippen voor de roeping van deze theologen. De Amerikaanse coryfee Charles Curran, beklemtoonde vurig hoe het als ethici “niet genoeg is om goed en kwaad te kunnen onderscheiden, maar we geroepen zijn om te handelen ter bevordering van rechtvaardigheid en te participeren in de transformatie van de wereld.”

En ondanks de grote uitdagingen, of misschien net daardoor, gaven deze theologen uitdrukking – expliciet, maar meestal impliciet – van een volgehouden hoop voor een betere toekomst voor hun land en voor de wereld. Met als vraag, oproep en doel: hoe organiseren en voeden we ons theologische reflectie ter medewerking aan ‘de revolutie van de hoop’ (Emmanuel Katongole, Oeganda)?

 

Meer informatie over dit netwerk, kan u vinden op: www.catholicethics.com.

 

Ellen Van Stichel

Religie transformeert, maar verdwijnt niet uit de samenleving

Voor het ‘Theologisch elftal’ interviewde Wolter Huttinga deze zomer DSTS-directeur Manuela Kalsky en  Matthias Smalbrugge. 

De NPO bezuinigt op religieuze programma’s omdat ‘er minder religie is in ons land’. Is dat echt zo, of ziet moderne religie er alleen anders uit? 

Er is minder religie in ons land, dus kan er ook minder religie op tv.’ In zijn column in deze krant, afgelopen zaterdag, noemde Nico de Fijter deze stelling van de publieke omroep, waarmee ze bezuinigingen op religieuze programma’s onderbouwt, een gemankeerde visie op religie en samenleving. Teruglopende cijfers van kerkgang en kerklidmaatschap betekenen volstrekt niet dat de rol van religie is afgenomen. Die rol is echter dynamischer en complexer dan de oude vertrouwde secularisatiebril kan laten zien. Ook iemand die zich atheïst noemt, blijkt er bijvoorbeeld tamelijk specifieke godsbeelden op na te kunnen houden. Anton Dingeman kreeg het maandag niet meer bij elkaar, zoals ongetwijfeld meer lezers. Valt hier nog iets van te begrijpen? Wat is precies die ‘complexere rol’ van religie in de samenleving?

“Je moet heel goed luisteren naar het verhaal achter de statistieken over religie”, zegt Manuela Kalsky, bijzonder hoogleraar op de Edward Schillebeeckx-leerstoel voor Theologie en Samenleving aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. “Een voorbeeld: volgens het meest recente onderzoek ‘God in Nederland’ is 24,5 procent van de Nederlanders lid van een kerk. Daarvan is dan weer 11,7 procent katholiek. Maar als je doorvraagt noemt van die mensen 17 procent zichzelf theïst, 46 procent ietsist, 30 procent agnost en 7 procent nota bene atheïst. Een katholieke atheïst, dat is de omgekeerde versie van wat De Fijter in zijn column noemde: atheïsten die bij nadere inspectie in de God van de Bijbel zeggen te geloven. De oude hokjes en vakjes waarin we gewend waren de maatschappij op te delen zeggen dus weinig meer. In de huidige geïndividualiseerde samenleving is de rol van klassieke instituten sterk afgenomen. Kerken, vakbonden, politieke partijen, ze hebben er allemaal mee te maken. Maar als je vaststelt dat het politieke landschap versplintert, betekent dat toch ook niet automatisch dat we minder politiek zijn geworden? Wat daar geldt, geldt ook voor het religieuze landschap: onze religieuze identiteit is vloeiender geworden. Religie transformeert, maar is niet verdwenen.”

 

Religieus analfabetisme

“Intussen kijken we in Nederland nog altijd naar religie met een negentiende-eeuwse blik” zegt Matthias Smalbrugge, hoogleraar Europese cultuur en christendom aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. “Toen begon het liberale idee te heersen dat religie een privézaak is die enkel en alleen achter de voordeur een rol moet spelen. Dat heeft zo z’n voordelen. Het bevordert immers de vrijheid van een persoonlijke overtuiging, zonder dat een of andere instantie daar macht over uitoefent. En ook verschillende theologische stromingen binnen zowel het katholicisme als het protestantisme gingen mee in die boedelscheiding. Ze gaven daarmee de publieke rol van religie op en stelden zich tevreden met confessionalisme, de gedachte dat geloof iets is dat slechts in de kerk, in de kring van gelovigen een rol speelt. Daar komt het bij ons nog steeds aanwezige frame vandaan: ‘Religie staat gelijk aan kerkbezoek ofwel aan het hebben van zeer specifieke opvattingen over God’. Dat betekende echter wel een breuk met de rol die religie altijd en overal heeft gehad: een publieke, door en door culturele rol. En in die breuk lijken we in Nederland wel uniek te zijn. Dat bleek pijnlijk bij de huwelijksdienst van prins Harry en Meghan. Er was bij de NPO niemand die ook maar iets kon uitleggen over wat daar in die dienst gebeurde. Dat is religieus analfabetisme. In landen als Engeland en Duitsland ­beseffen ze dat religie volop een rol in de samenleving speelt, maar in Nederland staan we op een enorme intellectuele achterstand, omdat we vasthouden aan dat negentiende-eeuwse schema.”

Kalsky: “We geven ‘religieus zijn’ nog altijd een traditionele lading. Als je aan iemand vraagt of hij of zij religieus is, zal diegene doorgaans ‘nee’ zeggen. Ben je mal, met die bizarre sprookjeswereld laat je je als weldenkend mens niet in! Maar vraag je ‘Wat is voor jou waardevol?’, dan krijg je vaak een gesprek dat wel degelijk ook over religieuze waarden gaat. Dan blijken veel mensen bijvoorbeeld compassie te koesteren, gebaseerd op de gulden regel: ‘Behandel anderen zoals je door hen behandeld wilt worden’. Die vind je in alle religies en levensbeschouwingen. Maar als je vraagt: ben je boeddhist? Jood? Christen? Nee, zo zou ik me niet noemen, zeggen dan veel mensen in Nederland. Maar uit die tradities putten en elementen eruit combineren, dat gebeurt volop.”

 

Narratief met bredere strekking

Smalbrugge: “En we lijken wel massaal te zijn vergeten dat vrijwel alle maatschappelijk relevante waarden uit religieuze bron putten. Het idee dat de staat neutraal is bijvoorbeeld, komt niet uit neutrale bron. Dat is een erfenis van het christendom en het belang dat zij hecht aan de waarde van het individu. “Dus zeker, religie is ten dele iets confessioneels, iets waar je ‘in gelooft’, maar is vooral een narratief met een bredere strekking, dat onmisbaar is voor de vorming van een cultuur, voor samenleven, voor moraal.”

Kalsky: “Ik vind dan ook niet dat de taak van de publieke omroep voornamelijk ligt in het ‘afspiegelen van de maatschappij’. Amusement bieden omdat de kijker daar zogenaamd om vraagt? Dat continue ‘opleuken’ van het nieuws maakt de Nederlandse burger er niet slimmer op. De publieke omroep moet wat mij betreft de lat wat hoger leggen. Meer Bildung bieden dan vermaak. In die zin heeft ze een opvoedende taak. En dat gaat verder dan alleen afspiegelen ‘wat er is’. Dan moet je ook ruimte bieden aan de visionaire vraag: Waar willen we naartoe? Wat zijn de problemen die we samen moeten oplossen, hoe kun je die analyseren en hoe kun je daarin een perspectief van hoop bieden?”

Smalbrugge: “Een opvoedende taak vind ik wat ver gaan, maar het is wel veelzeggend hoe binnen het publieke bestel de cultuur én de religie als een geheel blijkbaar gesloopt dienen te ­worden. Nee, een samenleving die religie achter de privédeur wil stoppen, snijdt zichzelf enorm in de vingers. Aan de religieuze kant werkt het mee aan doorgeslagen orthodoxie, radicalisering en sektarisme. De gedachte dat je geloof iets heel eigens is, dat niets met samenleven te maken heeft en zich feitelijk tegenover de maatschappij opstelt. En voor de maatschappij is het ook verlies. Religies die geen maatschappelijk en cultureel narratief mogen bieden ­laten een ontzielde maatschappij achter.”

 

Dit artikel verscheen eerder in Trouw op 20 juli 2018 

Opinie: Wat is er aan de hand met het Europa van de dichters en denkers en hun religieus-humanistische idealen?

Behapbaar leed

Hooguit klein behapbaar leed met hoop op een happy end mocht de veilige haven van de huiskamer in. Zoals de reddingsactie van de jongens in de grot in Thailand, waar de hele wereld vol compassie en vurige hoop meeleefde dat ze op tijd zouden worden gered. Wat op het nippertje gebeurde. Eind goed al goed – nou ja, bijna dan, België had nog wereldkampioen moeten worden…

Wat is eigenlijk het verschil tussen het redden van de kinderen in de grot en het redden van kinderen in een boot op de Middellandse Zee? Die vraag bleef door mijn hoofd spelen. Is het antwoord daarop werkelijk zo banaal als onverdraaglijk: “met het eerste win je sympathie en stemmen, met het tweede verlies je beide”?

 

Bedreiging van binnenuit

De vluchtelingencrisis laat Europa op zijn grondvesten wankelen. Wie denkt dat de oorzaak hiervan de vluchtelingen zijn, heeft het mis. De echte bedreiging voor Europa komt niet van buitenaf, zoals menig politicus die om de Nederlandse, Duitse of Belgische identiteit bezorgd is, ons wil doen geloven. Ze komt van binnenuit. De vluchtelingen dienen als zondebok om de crisis in de eigen groep te bezweren. Ze moeten het gebrek aan onderlinge solidariteit en aan gedeeld verantwoordelijkheidsbesef van de lidstaten doen vergeten. Lees er René Girard, de grondlegger van de zondeboktheorie, maar op na. De schellen vallen je van de ogen.

De verbindende kracht waarop het Europese project na de verschrikkingen van WO II dreef, is zoek. Muren van wantrouwen, die al lang leken geslecht, worden weer opgetrokken. Bruggen, gebouwd op vermeend onwrikbare pijlers van democratische waarden, vertonen ernstige scheuren. Wat is er aan de hand met het Europa van de dichters en denkers en hun religieus-humanistische idealen?

 

Beroep op betrokkenheid

Dat vroeg ook paus Franciscus zich af, toen hij in 2016 de internationale Karelsprijs, gericht op de eenheid van Europa, in ontvangst nam. Zoals de Bijbelse profeten droomde, waarschuwde en maande hij tot ommekeer: “Ik droom van een Europa dat jong is, dat nog altijd een moeder kan zijn: een moeder die leeft, omdat ze leven respecteert en hoop biedt aan het leven. Ik droom van een Europa dat zorgt voor het kind, dat broederlijke hulp biedt aan de arme en aan wie hier toevlucht zoekt omdat hij niets meer heeft. (…) Ik droom van een Europa waar migrant zijn geen misdaad is, maar veeleer een beroep op meer betrokkenheid, omwille van de waardigheid van iedere mens”.

 

De dromen van paus Franciscus

Zijn kritiek aan het adres van de Europese Unie was niet mals en de spirituele boodschap helder: oefen je in compassie, Europa, zoek je bezieling niet in een ongebreideld consumentisme en vergaar je welvaart niet ten koste van de kinderen in de boot. Behandel ze zoals de kinderen in de grot, want zo zou je ook willen dat je eigen kinderen behandeld werden. Die houding staat bekend als de gulden regel: “Behandel anderen zoals je door hen behandeld wilt worden”. Alle religies en levensbeschouwingen kennen ze. Als we die samen weer beoefenen, is er een kans dat de dromen van de paus uitkomen: “Ik droom van een Europa waarvan niet zal worden gezegd dat respect en inzet voor mensenrechten zijn laatste utopie was”.

 

Deze column van Manuela Kalsky verscheen eerder in het christelijke opinieweekblad Tertio (18 juli 2018) onder de titel ‘De Gulden Regel’. Info over abonneren of een proefnummer aanvragen: www.tertio.be.

Compassieprijs 2018

Gezocht: religieus geïnspireerde initiatieven die een waardevolle bijdrage leveren aan het tegengaan van discriminatie en polarisatie in de Nederlandse samenleving

 

Ken je mensen die zich binnen onze maatschappij op bovengenoemde terreinen inzetten voor anderen?

Dan kun je hen, maar ook jouw eigen initiatief voordragen voor de Nederlandse Compassieprijs 2018.

Op 29 november reikt Karen Armstrong de prijs uit aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

 

Geloven in compassie

Het thema van de Nederlandse Compassieprijs 2018 is ‘Geloven in compassie’ en linkt naar het gedachtengoed van de inspirator van deze prijs, de Britse schrijfster Karen Armstrong. Toen zij in 2009 haar wereldwijde Charter for Compassion presenteerde, richtte zij haar aandacht ook op de religieuze tradities van deze wereld. Zij riep op tot het weer in ere herstellen van de Gulden Regel ‘Behandel de ander zoals je zelf behandeld wilt worden’, die volgens haar aan alle religieuze, ethische en spirituele tradities ten grondslag ligt. De Gulden Regel is de praktische vertaling van ‘compassie’; de drijfveer om ons in te zetten voor de kwaliteit van leven van de ander(en), ook van hen die niet tot onze eigen groep behoren.

 

In de actualiteit komt het gewelddadige aspect van religies sterk naar voren. Maar dat is niet het hele verhaal. Wereldwijd zetten mensen, juist vanuit hun religieuze overtuiging, zich in voor anderen en voor de samenleving waarvan ze deel uitmaken. Zij helpen, redden, verbinden, protesteren, bouwen, inspireren en zorgen om de wereld een beetje mooier te maken. Met de Compassieprijs krijgen deze mensen de aandacht die zij en hun projecten verdienen en worden ze een inspiratiebron voor anderen.

 

Karen Armstrong eredoctor Vrije universiteit Amsterdam

In 2017 kreeg Karen Armstrong als religieuze bruggenbouwer in tijden van sociaal-culturele en religieuze polarisatie op voordracht van de faculteit religie en theologie een eredoctoraat van de Vrije Universiteit. Net als Armstrong met haar handvest voor compassie stimuleert ook de VU de dialoog tussen verschillende culturen, religies en levensbeschouwingen om zo de positieve krachten te ontdekken en te bevorderen en op die manier polarisatie in de samenleving tegen te gaan.

 

Over de Compassieprijs

De jaarlijkse uitreiking van de Nederlandse Compassieprijs vindt plaats sinds 2011. De Stichting Handvest voor Compassie Nederland organiseert de uitreiking met elk jaar weer een ander thema. De prijs is bestemd voor hen die ‘harten verwarmen, mensen verbinden en welzijn bevorderen’. In 2018 wordt de uitreiking georganiseerd in samenwerking met de Vrije Universiteit Amsterdam. De Compassieprijs 2018 wordt op donderdag 29 november uitgereikt door Karen Armstrong op de Vrije Universiteit Amsterdam.

 

De nominatieperiode loopt van 27 augustus t/m 24 oktober 2018.

Vanaf 25 augustus is meer informatie en het benodigde nominatieformulier te vinden op: www.handvestvoorcompassie.nl