Actueel
-1
archive,category,category-actueel,category-146,stockholm-core-1.0.5,select-theme-ver-5.1.4,ajax_fade,page_not_loaded,wpb-js-composer js-comp-ver-5.7,vc_responsive

Actueel

Theologisch elftal over de maanlanding: Moeten we wel naar Mars?

Een belangrijk resultaat van de ruimterace naar de maan was inzicht over de mens en de aarde. Moeten we nu racen naar Mars, of investeren in ecologische spiritualiteit en eco-theologie?

Trouw Theologisch Elftal
19 juli 2019
Sjoerd Mulder

Aanstaande zondag is het precies vijftig jaar geleden dat de eerste mens op de maan landde. Het was een kleine stap voor Neil Armstrong, maar iedereen leek het erover eens dat het een grote stap was voor de mensheid.

In die tijd waren ruimtereizen omgeven met mystiek en spiritualiteit. Na de landing en nog voordat Armstrong zijn grote kleine stap zette vierde Buzz Aldrin, de tweede man van de Apollo 11, avondmaal in de maanlander, waarvoor hij zakjes met brood en wijn had meegenomen. Tijdens een eerdere verkenningsvlucht had de bemanning van de Apollo 9 in een live-radiouitzending het scheppingsverhaal uit de Bijbel voorgelezen, diep onder de indruk als ze was van de nietigheid van de aarde die ze nu uit de verte zag.

Zulke ruimte-vroomheid is iets van lang vervlogen tijden. Tegenwoordig vinden we vooral dat de ruimtevaart niet te duur moet zijn en nuttige kennis moet opleveren. Wat is er in de tussentijd gebeurd? Is het tijd om een spiritualiteit van de ruimtevaart voor de 21ste eeuw te ontwikkelen en hoe zou die er dan moeten uitzien?

Manuela Kalsky, bijzonder hoogleraar op de Edward Schillebeeckx-leerstoel voor theologie en samenleving aan de VU, wijst op de grote verschillen tussen de jaren zestig en nu: “Vijftig jaar geleden was de mens het centrum van de wereld en geloofden we heilig in de maakbaarheid en vooruitgang van alles. Sindsdien is er veel gebeurd: de val van de Muur, de uitvinding van internet, kerkverlating, de klimaatcrisis. De opkomst van het feminisme: zouden er nu nog steeds drie mannen naar de maan worden gestuurd? Het zijn zulke ingrijpende veranderingen, dat het de vraag oproept wat de uitdaging voor dit moment is. Ik weet niet of dat weer de ruimtevaart moet zijn. Bovendien, die onderneming heeft waanzinnig veel geld gekost. Er waren 400.000 Amerikanen bij betrokken. De vraag is: wat is nu zo urgent dat je daar veel geld en menskracht aan wilt besteden?”

Alain Verheij, schrijvend theoloog en blogger: “Ik geloof niet dat we naar Mars moeten gaan. De maan en Mars, het zijn onherbergzame plekken. Woest en ledig. En daar zouden we dan een utopie moeten opbouwen? De aarde is eigenlijk de beste planeet die we hebben. De mens en de aarde zijn perfect op elkaar afgestemd, zo goed als het maar kan zijn.

“In de Bijbel staat dat hier ooit ook alles woest en ledig was. Maar God maakt groen, er komt een dagritme, een goede atmosfeer. Dat komt allemaal ná dat ‘woest en ledig’. Het idee dat we straks steden op Mars zouden moeten gaan maken betekent eigenlijk dat wij zelf ‘woest en ledig’ willen gaan omvormen tot iets leefbaars, dat wij zelf de steppe zullen laten bloeien. Het heeft iets van hoogmoed: de mens die God voorbij wil streven, maar daarbij de eigen afkomst vergeet. Want die groene planeet die we willen maken, die bestaat al: die is hier beneden.”

Kalsky: “Ik weet niet of het hoogmoed is. De maanreizen hebben wetenschappelijk gezien ook nuttige kennis opgeleverd. Maar de vraag is wel hoe ver je gaat. Naar Mars? Dat kan en ik sluit ook niet uit dat dat gaat gebeuren. Maar waarom? Wetenschap moet geen fetisj worden, het moet het grotere geheel dienen. Ik vind dat het tijd is om ons op andersoortige uitdagingen te richten. Laten we bijvoorbeeld geld steken in het tegengaan van de klimaatverandering en daar een wedloop van maken: welke natie vindt als eerste technologische oplossingen voor dit belangrijke vraagstuk?”

Verheij: “In feite draaide dat ruimtesentiment van de jaren zestig ook helemaal niet om de ruimte. Na misschien wel honderdduizenden jaren geschiedenis zet de mens eindelijk stappen op de maan, maar daar verschoof het perspectief onmiddellijk naar de aarde en werden de astronauten vooral doordrongen van de kwetsbaarheid van de aarde en van de fundamentele lotsverbondenheid van de mensheid.

“Zo bekeken is al ons dromen over wonen op andere planeten ook een vlucht weg van onze verantwoordelijkheid. Dat is wat de theoloog Kester Brewin betoogt in zijn boek ‘Getting High’. Volgens hem zijn alle manieren om ‘high’ te raken, of het nu high van de LSD is of letterlijk de hoogte van de ruimtevaart, pogingen om maar niet naar de grond onder onze voeten te hoeven kijken. Maar, zegt hij, onze verantwoordelijkheid ligt op deze grond, de beste planeet die we hebben. En dat geloof ik ook. Ik zal altijd een theoloog van de planeet aarde willen zijn en niet van de wijdse ruimte.”

Kalsky: “Een paar dagen terug zag ik de documentaire over Apollo 11 en de drie astronauten. Hun ervaringen in de ruimte raakten me. Ze zagen vanuit hun kleine capsule hoe kwetsbaar en klein de aarde is – hun thuis. Ze wisten niet of ze er naar zouden terugkeren. Er kon van alles misgaan. Ervoeren ze wat Rudolf Otto omschrijft als een mysterium tremendum et fascinans, een angstaanjagend en tegelijkertijd fascinerend geheim? Was er huivering voor de leegte, voor het goddelijke? Sommige astronauten zeiden dat ontzagwekkende toen te hebben ervaren.

“Op het hoogtepunt van de technische overwinning werd de kleinheid van de mens onverwacht zichtbaar. Een belangrijk resultaat van die ruimtevaart was dus een inzicht over de mens en de aarde. Hoe alles in verbinding staat met elkaar. In deze tijd moeten we geen spiritualiteit van de ruimtevaart ontwikkelen, maar een ecologische spiritualiteit en een eco-theologie, gericht op het behoud van de aarde. Een scheppings-geörienteerd christendom, misschien wel meer dan een christendom dat om verlossing draait.”

© 2019 de Persgroep Nederland B.V. – alle rechten voorbehouden

Overgenomen uit Trouw, 19 juli 2019, De Verdieping p. 7

De hechte vriendschap tussen de Forumpopulist en de SGP-mannenbroeder

In de strijd voor het behoud van de joods-christelijke cultuur hebben Forum voor Democratie en de SGP elkaar gevonden. Een opvallende vriendschap, die de SGP van de ChristenUnie doet afdrijven.

Trouw
15 juni 2019
Wendelmoet Boersema

De glimlach die Kees van der Staaij reserveert voor Thierry Baudet loopt van oor tot oor. De liefde tussen de ‘cultuurchristen’ Baudet en de bevindelijk gereformeerde SGP’er Van der Staaij spat ervan af. Forum voor Democratie hielp de SGP onlangs aan een tweede zetel in de Eerste Kamer, de SGP deed op het eigen partijcongres in mei een oproep aan Forum om samen het kabinet ‘naar rechts’ te trekken.

Het Veluwse SGP-Kamerlid Chris Stoffer was onlangs zelfs een van de sprekers op de Forum-jongerendag. Waar de voorzitter van de jongerenbeweging de ‘zelfvoldane moralisten’ van D66 hekelde, kreeg de SGP’er de handen op elkaar met uitspraken als: “Laten we Nederland terugbrengen naar een christelijke natie”.

Wat zien de SGP’ers in het populisme van Baudet? En omgekeerd: wat deelt een jonge beweging als Forum voor Democratie met deze orthodoxe mannenbroeders?

Het verleden
Het helpt dat Baudet altijd vol lof spreekt over het verleden, met name over de tijd vóór 1968. Toen links nog niet de macht had gegrepen, de ‘massa-immigratie’ nog niet bestond en zelfs de auto’s mooier waren. En de kerken nog vol zaten, zal de SGP aanvullen, de partij die volgens haar beginselen nog altijd een theocratie nastreeft. Stoffer herinnerde de strak geklede twintigers in de volle zaal aan de christelijke voedingsbodem waar ons Nederland op gebouwd is. “Wij zijn trots op het verleden van ons Nederland. En dat zijn jullie ook.”

Het helpt ook dat Baudet zich in persoonlijke uitspraken laat kennen als een tegenstander van abortus en euthanasie, al is dat niet de officiële partijvisie. SGP en Forum delen in de Tweede Kamer hun standpunten over klimaat en migratie, en zijn beide sterk eurosceptisch.

Maar de vriendschap gaat dieper. Binnen Europa past ze in een trend, een hechte verbintenis tussen rechts populisme en religie.

Minder gecompliceerd
Overal in Europa maken rechtse populisten dankbaar gebruik van religieuze symbolen en retoriek. Zij verbinden net als Baudet de ‘christelijke cultuur’ die ze als hoeksteen van hun beschaving zien, met nationalisme. Daarmee raken deze populisten bij de kiezer – niet alleen de christelijke of voormalig christelijke – een gevoelige snaar, zegt politicoloog Lars Rensmann, hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Grote groepen burgers zijn gedesillusioneerd door de secularisatie in de samenleving. Niet het feit dat de kerken leger raken, zoals zelfs in Polen en Italië het geval is, maar een gevoel van maatschappelijke verweesdheid. “Populisten verzetten zich tegen een culturele secularisatie. Tegen de veranderingen in de samenleving door globalisering, migratie en veranderende sociale waarden zoals homorechten. Het christendom helpt hen daarbij. De kerk staat in de hoofden van veel mensen voor nostalgie, voor een hechte gemeenschap, de tijd dat de wereld minder gecompliceerd en etnisch minder divers was.”

De Hongaarse premier Victor Orbán heeft het verdedigen van de ‘christelijke beschaving’ tot staatsdoctrine gemaakt. De Italiaanse Lega-leider Salvini kust rozenkransen op persconferenties, de Russische president Poetin heeft een innige band met de orthodoxe kerk, die sterk politiek geladen is. De rijzende ster in het Franse Rassemblement National (voorheen Front National), Marion Maréchal-Le Pen, is aartsconservatief en veel katholieker dan haar tante Marine Le Pen.

Nederland is misschien wel de laatste die zich naar dit Europese patroon voegt, zegt politicoloog Sarah de Lange, bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. “De meeste radicaal-rechtse populistische partijen ten zuiden van Nederland hebben vanaf het begin een orthodoxe, katholieke vleugel gehad, zoals het Vlaams Belang, de Oostenrijkse FPÖ of de Italiaanse Lega.

De islam
In Noord-Europa zag je dit veel minder, behalve misschien bij de Deense Volkspartij, die een aantal radicale protestantse priesters in haar geledingen had. In Nederland hadden de orthodoxen hun eigen politieke thuis, lang voordat populistisch radicaal-rechts opkwam. Ze zijn pas recent naar elkaar toegegroeid. De SGP had ook moeite met de PVV, niet vanwege de strijd tegen de islam, maar omdat Wilders de vrijheid van religie, van onderwijs, als geheel ter discussie stelde.”

De olifant in de kamer bij het verbond tussen populisten en (christelijke) religie is de islam. Wie Europa een christelijke oorsprong toedicht, of ‘joods-christelijke’ wortels, sluit de islam uit. Of politici dit nu hardop zeggen of niet, het betekent vooral dat de christelijke beschaving verdedigd moet worden tegen de islam, tegen nieuwkomers. “Ze enten hun gedachtengoed op ideeën over de samenleving van vroeger, toen er nog geen moskee om de hoek stond. De islam ís natuurlijk ook zichtbaarder geworden in de samenleving”, zegt Rensmann.

Het is een crime, die term: joods-christelijke cultuur”, zegt theoloog Matthias Smalbrugge, hoogleraar Europese cultuur en christendom aan de VU. Een mythe bovendien, omdat de term in de negentiende eeuw in zwang raakte om juist joodse invloeden uit te bannen. “Nu betekent het vooral ‘niet-islamitisch’, en heeft het niets met confessies te maken.” Smalbrugge signaleert net als Rensmann de paradox van deze tijd: minder kerkbezoek, maar een groeiende rol voor religie in een globaliserende wereld. “Er is geen geestelijk huis meer, wel een behoefte aan een sterkere identiteit. Religie leent zich verdraaid goed voor dit soort cultuurchristendom, het is een doos vol fabels, maar wel een doos van Pandora.”

Geschiedvervalsing
Theologe Manuela Kalsky vindt dat de joods-christelijke cultuur wordt ingezet om ‘een paradijselijk verlangen naar vroeger’ te stillen. “Terwijl dat nepnieuws is, geschiedvervalsing. De term is na de Shoah, de vernietiging van de Joden, gebruikt als schaamlap. Wij hebben Joden in Europa vervolgd, en daardoor de joodse cultuur eerder geprobeerd te vernietigen dan te koesteren. De christelijke kerken hebben daarin een kwalijke rol gespeeld. Christenen hebben daaraan bijgedragen, dat maakt de term joods-christelijk ook zo pijnlijk”, aldus Kalsky, die de Edward Schillebeeckx-leerstoel aan de VU voor Theologie en Samenleving aan de VU bekleedt.

“Bovendien, opkomen voor de joods-christelijke cultuur klinkt positief, maar de term wordt nu juist gebruikt om de moslims buiten te sluiten. Christelijke waarden als medemenselijkheid, heb de ander lief, ook je vijand, komen niet voor in het verhaal van nieuwrechts. Terwijl het christendom gaat om het heil van álle mensen. Ook van moslims. Dat mag weleens sterker geaccentueerd worden door theologen en kerken.”

De vraag is of het de SGP zorgen baart dat het beroep op de christelijke cultuur door populisten zo’n vlucht heeft genomen. Dat lijkt wel het geval voor een andere bondgenoot van de SGP, de ChristenUnie, die afkerig is van samenwerking met Forum voor Democratie.

In een opmerkelijk debat, afgelopen december tussen Van der Staaij en Baudet, zei de SGP’er hierover het volgende: “Cultuurchristendom is als een mooie bos bloemen. Prachtig, en met wat water blijven ze een tijdje mooi, maar uiteindelijk ontbreekt het aan voeding.” Baudet maakte er op zijn beurt geen geheim van dat kerkbezoek niets voor hem is, en dat christelijke politiek ‘te links’ is. “Het enige wat de ChristenUnie en het CDA nog van het christendom weten is naastenliefde en de andere wang toekeren.”

Kalsky denkt dat de hang naar conservatief christelijke waarden de SGP toch de kant van Forum doet kiezen. “Onder conservatieve christenen wordt de emancipatie van het individu, het feminisme of de homobeweging, heel makkelijk verantwoordelijk gemaakt voor egocentrisme en waardenrelativisme in de samenleving. De SGP voelt dat vrouwenemancipatie ook in eigen kring niet tegen te houden is, maar er heerst angst voor die verandering, angst ook voor het verlies van de waarheidsclaim. Daarbij dient ‘joods-christelijke cultuur’ als een soort firewall tegen veranderingen, in de strijd voor het behoud van patriarchale waarden.”

Forum profiteert
Van der Staaij is genoeg politicus om de vriendschap van zijn kant ook pragmatisch te zien, zegt Smalbrugge. “Natuurlijk wil hij Baudet graag in de kerk zien, maar als hij niet komt, dan kan hij nog wel politiek samenwerken. Bij links kan hij dit verhaal niet kwijt. En een politicus scoort nooit 100 procent, dat weet Van der Staaij.”

SGP en Forum hebben beide politiek strategisch voordeel van hun vriendschap, aldus politicoloog Sarah de Lange. “Kleine partijen zijn steeds belangrijker in ons politieke landschap. Beide willen een rechtse meerderheid en dan kan iedere zetel helpen.” Dat de SGP zich hiermee verwijdert van haar oude bondgenoot ChristenUnie, met wie ze tot voor kort ook in Europa samen optrokken, ziet De Lange minder als een probleem. “Die verwijdering was al eerder ingezet, ze denken heel verschillend over klimaat en migratie.”

Een probleem is voor haar eerder dat Forum nog nooit boter bij de vis hoefde te geven. “Baudet shopt naar hartelust. Niet alleen ideologisch en historisch, bij de Romantiek, de Renaissance en het Christendom, maar ook praktisch. Het partijprogramma van Forum is niet geschreven voor mogelijke coalitiepartners, het is geschreven om zoveel mogelijk kiezers te trekken.”

Voordeel
Rensmann ziet het voordeel van de politieke vriendschap vooral bij de populisten. De christen-democratie heeft volgens hem op de gevoelens van verweesdheid en onthechting lange tijd geen antwoord gevonden en zo ruimte op rechts laten vallen, en deze stemmen gaan vooral naar populistische partijen. “De meeste centrumpartijen hebben de afgelopen decennia integratie en immigratie gesteund, ook omdat ze die groepen als kiezers wilden. Ze hebben homorechten en vrouwenrechten omarmd. Ze streefden naar inclusiviteit, maar hebben ook niet alle problemen in de samenleving kunnen oplossen. Of althans, dat is het beeld dat populisten van harte cultiveren.”

Het is bovendien de vraag of de stemmers op populistische partijen veel concessies aan conservatieve christelijke partijen zullen accepteren. In Amerika zijn die voordelen duidelijker, daar krijgen de evangelicals bijvoorbeeld hun conservatieve rechters in het Hooggerechtshof. Maar of in Nederland de achterban van Forum een inperking van het abortusrecht zal pikken, weet Rensmann niet. “Hoewel, vrouwen kunnen net als mannen bij een verkiezing tegen hun eigen belangen stemmen, zie maar hoeveel stemmen Forum in Groningen trok, terwijl ze de gaskraan vol open willen houden.”

Abortus
Op de Forum-jongerendag sprak SGP’er Stoffer op het podium over het grote aantal abortussen in Nederland, en wat hij daartegen wilde doen. Het was een concrete getuigenis van de christelijke politiek van de SGP, maar zo concreet werden de andere sprekers niet. Voorzitter Freek Jansen van de jongerenbeweging JFVD hield een verhaal over de ‘morele verzwakking’ van een beschaving, die moet worden ‘gered van de ondergang’.

Daarvoor is een gemeenschap nodig die ‘sterker is in geest, sterker in daad en vooral sterker in eenheid. “Ons doel is niet de emancipatie van het individu, maar de emancipatie van ons, als gemeenschap. Zodat we samen weer tot grootse dingen in staat zijn.”

Het is juist deze erosie van de emancipatie van het individu, die Kalsky en ook Smalbrugge de grootste zorgen baart. “Dat proces gaat razendsnel, kijk maar naar de praktijk van abortus en vrouwenrechten in de Verenigde Staten, kijk naar Trump”, zegt Kalsky. “Hij is de verpersoonlijking van de witte man die terugslaat. Er wordt zo graag gewezen naar de islam als een religie die vrouwen onderdrukt. Wat we niet goed zien is hoe de verkettering van feminisme en liberale rechten door nieuwrechts salonfähig is gemaakt. Dat vind ik heel verontrustend.”

Smalbrugge: “Het punt is: het christelijk deel dat overblijft in de samenleving is veel conservatiever en wint daarmee aan invloed. Dat merken wij op de universiteit alleen al aan de studenten. Er is grote behoefte aan identiteitspolitiek, terwijl identiteit tegelijkertijd maakbaarder is dan ooit. En dat zien populisten. Zij zien ‘christelijke’ waarden niet als religieuze waarden, maar zetten ze op een louter politiek-strategische manier in. Zo construeren ze een groepsidentiteit en een groepsdenken, waarin voor het individu op den duur geen plaats meer is.”

© 2019 de Persgroep Nederland B.V. – alle rechten voorbehouden

Overgenomen uit Trouw, 15 juni 2019, De Verdieping p. 7

 

Het moedige gesprek

De landbouw in Nederland staat voor serieuze uitdagingen. Op 22 mei kwamen er op een boerderij in Barneveld boeren, milieubeschermers, bankiers, politici, theologen en economen samen in een veilige sfeer om deze uitdagingen te bespreken en een concept van hoop, ontleend aan het werk van Jonathan Sacks, te verkennen als mogelijke oplossingsrichting. READ MORE

Eco-theologie

‘Je naaste liefhebben als jezelf’ behoort tot het hart van de bijbelse traditie. Maar wie is je naaste eigenlijk? In de hoofdstroom van de Europese christelijke theologie zijn de teksten doorgaans gelezen op een wijze dat de naaste geïnterpreteerd wordt als onze medemens. READ MORE

Dominicaan Leo de Jong overleden

Op de laatste reis die hij zou begeleiden is op 13 mei, daags na zijn 87e verjaardag, in een kerk op het Griekse eiland Rhodos plotseling overleden: Leo de Jong, dominicaan.

Recent zei hij over zijn drukke leven: “Op mijn leeftijd zeg ik – en het klinkt meer laconiek, dan ik het voel – ‘we zien wel waar het schip strandt’.”

Ondanks zijn hoge leeftijd had Leo de Jong net een paar intensieve weken meegemaakt. ‘Zijn’ Leerhuis Spiritualiteit in Rotterdam vierde het 25-jarig bestaan met een feest en een boek. Annemiek Schrijver maakte een mooi tv-interview met hem in De Verwondering, en hij verscheen als ‘pater Tycho’ in het boek De sjamaan en ik van Willemijn Dicke, een verhaal van een atheïste die haar weg naar de mystiek vond. Nog één keer wilde hij een reis begeleiden naar zijn geliefde Griekse eiland Rhodos. Het bleek zijn laatste.

Informatie over afscheid en uitvaart volgen op www.dominicanen.nl.

Het DSTS heeft bij verschillende gelegenheden met Leo samengewerkt. Zo was hij één van de geportretteerde dominicanen in de interviewreeks over ‘Het goede leven voor allen’ die in 2017 op deze website verscheen.

Dat hij mag zijn thuisgekomen in de leegte, die tegelijk Gods liefdevolle ruimte is.

Leo de Jong o.p.
Leo de Jong werd geboren op 12 mei 1932. Hij deed zijn professie op 18 september 1953 en werd priester gewijd op 25 juli 1959. Hij was onder meer docent geschiedenis in Nijmegen en woonde lange tijd in Rotterdam.
Vorig jaar verhuisde hij naar Voorschoten, om plaats te maken voor de nieuwe communiteit van broeders in Rotterdam. Dit voorjaar nog bracht hij een gedenkwaardige avond door bij de nieuwe communiteit, die hem had gevraagd te komen vertellen over zijn levenswerk.
Leo de Jong maakte eens een indringende ervaring mee van leegte. Na de diepe ontsteltenis ervan verkende hij die ervaring aan de hand van dominicaanse mystieke denkers Eckhart, Tauler en Seuse. Deze onderstroom in kerk en theologie was voor hem een ontdekking die zijn leven voedde en bepaalde, en waarin hij velen meenam in preken, toespraken, gesprekken, cursussen en boekjes.

Zondag 19 mei wordt de uitzending van de Verwondering herhaald, om 8.30 uur op NPO2.

(Met dank aan Arjan Broers)

Pasen 2019

“We kunnen geen verborgen camera ophangen in de tuin op de avond voor Pasen en zien wat er echt is gebeurd. Daarvoor in de plaats hebben we de impact van een gebeurtenis die ervoor zorgde dat mensen geloven dat de wereld voor altijd is veranderd en dat Jezus niet tot het verleden behoort. Ik geloof dat dit een gebeurtenis was die resulteerde in een lege graftombe en in Jezus die verscheen aan zijn vrienden – maar hoe de precieze aard van de gebeurtenis ook was, het had de kracht om het geloof te genereren dat de wereld voor altijd was veranderd. Dat deze mens, Jezus, niet alleen niet tot het verleden behoort, maar vanaf nu verbonden is met hoe we spreken over God, zodat wat er ook wordt gezegd over God opnieuw een verwijzing naar Jezus is.”
Rowan Williams, aartsbisschop van Canterbury (2002-2012), in ‘God met ons’ (2018)

Staf en bestuur van het DSTS wensen u een zalig Pasen toe

Image by Gerd Altmann from Pixabay

‘Het is de stille week. Ga niet te snel naar Pasen’

DSTS-directeur Manuela Kalsky werd door een val stilgezet. Daardoor beleeft ze de stilte van de Goede Week anders, intenser, vertelde ze in Trouw. ‘Het afwachten, de stilte volhouden en het lijden willen zien, dat zou ons kunnen helpen om weer diep adem te halen.’

Voor Manuela Kalsky, bijzonder hoogleraar op de Schillebeeckxleerstoel en directeur van het Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en Samenleving, is deze week dit jaar ‘heel actueel’. Zij was altijd actief, had een druk leven. Maar in september viel ze van de trap, en daar heeft ze een ernstig pijnsyndroom aan overgehouden, dat haar lichaam en haar leven ontregelt.

Kalsky: ‘Ik ga nu anders deze week in. Het is voor mij niet alleen een stille week, het waren voor mij stille maanden. In vorige jaren begon ik vanuit de drukte, nu ga ik vanuit de stilte de stilte in. Dat is een andere route ernaartoe. Het geeft ook het belang van veertig dagen aan, ik merk hoezeer een andere aanvliegroute een andere bezinning mogelijk maakt.’

‘Met dat ongeluk ben ik een lijdenstijd ingegaan, in de stilte geworpen, stilgezet. Wat doet dat met je? Daarover had ik vanuit mijn professie wel nagedacht, maar het is toch anders als je existentieel in een lijdensverhaal terechtkomt. Plotselinge stilte terwijl de wereld naast je door raast. Ik sta nu meer stil bij wat pijn en lijden met je doen en hoe je daarmee om moet gaan.’

(…) ‘Het is belangrijk niet te snel over te gaan naar Pasen, naar de opstanding. We moeten stilstaan bij de vrijdag, bij de kruisiging, bij het lijden. Goede Vrijdag heet in Duitsland Karfreitag, kara is oud-Duits voor zorgen, treurnis, lijden. Op stille zaterdag treuren de vrouwen bij het graf, er is echte pijn. Pas daarna komt de opstanding. Anders is het gevaar groot dat je over al die mensen heenkijkt die nog in de pijn zitten.’

‘Door mijn eigen pijn kan ik me beter inleven in mensen met pijn die niet erkend wordt, waar artsen geen oplossing voor weten. Misschien is er ver weg aan de horizon een lichtpuntje, maar je staat wel in een lange, donkere tunnel. Die kruisiging valt niet meteen te verzachten door de opstanding.’

‘Theologisch wist ik dat wel, maar het is een andere gewaarwording als je dat aan je eigen leven ervaart. Mijn God, waarom heb je me verlaten? Waar gaat het naartoe? Wat gebeurt er met mijn leven, ik had het toch heel anders bedacht?’

‘Bij mij was het niet levensbedreigend maar wel toekomst-bedreigend. Hoeveel oog hebben we in de samenleving voor mensen die buiten de ratrace en buiten de neoliberale boot vallen, die zich niet meer zelf kunnen handhaven of niet meer rendabel zijn? Ik denk ook aan mensen die onverzekerd zijn, aan mensen zonder papieren, die niks hebben. Mijn God, hoe red je je dan? Die diepte in, de trage vragen stellen, dat is in de stille week echt iets om bij stil te staan.’

(…) ‘Het lijkt me goed om deze week te gebruiken om naar de zin van ons leven te vragen, om er een bezinningsweek van te maken. Waaraan lijden we en welke rol speelt stilte in ons leven? Dat zijn dingen die we nu buiten onze samenleving proberen te houden. Er is een soort richtingloze vrijheid ontstaan. Maar waar willen we naartoe en wat kan ons dragen?’

‘Simone Weil zei: “Het belangrijkste kan niet gezocht worden, het moet worden afgewacht”. Dat afwachten, die stilte volhouden en het lijden willen zien, dat zou ons kunnen helpen om weer diep adem te halen, een pas op de plaats te maken en opnieuw onze richting te bepalen.’

Bovenstaande citaten zijn ontleend aan het Theologisch Elftal in dagblad Trouw, 11 april. Lees hier de hele tekst van Maaike van Houten.

God laten gebeuren

Van 20 tot 23 maart 2019 vond aan de Notre Dame University (VS) het Option for the Poor: Engaging the Social Tradition plaats. Onze medewerker Ellen Van Stichel was er bij en laat er zich inspireren door de dominicaans-geïnspireerde theologie van Gustavo Gutiérrez.

“Wezenlijk voor de bevrijdingstheologie is het besef dat de mensengeschiedenis en de heilsgeschiedenis geen aparte realiteiten zijn, maar het één gedeelde geschiedenis betreft. Dat bewustzijn gaat terug op het Tweede Vaticaans Concilie, en dat het daar ingang vond hebben we te danken aan enkele cruciale Europese dominicanen.”

Gustavo Gutierrez – Notre Dame University – 23 maart 2019

Aan het woord is een van de grondleggers van de bevrijdingtheologie, Gustavo Gutiérrez, die sinds zijn 69ste ook tot de Orde der Predikers behoort. Tijdens een conferentie over ‘Option for the poor: Engaging the Social Tradition’, georganiseerd door het Centre for Social Concerns van de Notre Dame University (VS) sprak hij er de deelnemers toe. In lijn van zijn theologie, willen we hier gedurende drie dagen nadenken waar we sporen van de bevrijdende God in de werkelijkheid aanwezig zien in de geschiedenis van mensen die strijden tegen onrecht en zich inzetten voor het goede leven voor allen.

Als één van de weinige Europeanen, nam ik in mijn verhaal een concrete praxis uit onze samenleving, met name de Franse gele hesjes. Deze hield ik tegen het licht van Schillebeeckx’ bevrijdingtheologische inzichten en vooral zijn notie van de contrastervaring. Wat zeggen de gele hesjes ons over Schillebeeckx’ idee dat mensen zich ‘spontaan’ verontwaardigd voelen en een veto uitdrukken tegen de werkelijkheid zoals die nu is, waarin een ‘beamend ja’ oplicht ten aanzien van ‘het onbekende, het inhoudelijk niet eens positief bepaalbare: een betere, andere wereld die in feit nog nergens gegeven is.’ En waar zou zijn theologie ons toe aansporen? Zouden we het gele hesje zelf moeten aantrekken? Durven we de contrastervaring in te stappen, tot de onze te maken, ondanks de vragen die ze ook oproepen? Durven we?

Even terug naar Gutiérrez. Vanuit Schillebeeckx is Gutiérrez verwijzing dan ook heel herkenbaar. Als onderzoeker van het DSTS, blijft zijn verwijzing bovendien extra hangen. Ook in reflecties op zijn theologie hoor ik hoe de Peruviaan door zijn Europese scholing sterk beïnvloed is door dominicanen als Yves Congar en Marie-Dominique Chenu. Komt hieruit zijn interesse voor de dominicanen die hij later zou vervoegen, vraag ik me af? Was het dit dat hem zo trof? Tijd om dat es uit te zoeken, want voorlopig blijf ik op mijn honger zitten. Maar het is dus wel fascinerend om, met een presentatie over Schillebeeckx die zelf erkentelijkheid uit ten aanzien van Gutiérrez, dan terug op het continent bij Chenu en Congar uit te komen. Het smaakt alvast naar meer om die lijn verder te verkennen.

Op aanraden van Anton Milh, de jongste dominicanentelg in België, had ik voor de heenvlucht The New Wine of Dominican Spirituality van Paul Murray o.p. ter hand genomen. Daar raakt me eenzelfde visie. Wanneer we vanuit de dominicaanse spiritualiteit en theologie deze aanwezige God ter sprake brengen, maakt Murray me nog meer duidelijk, dan spreken we niet zozeer over God, maar vanuit God. Zoals zijn metafoor van de operazanger aangeeft: je kan zingen voor God, maar je kan ook God door jou laten zingen.  Een God, dus, die zich laat gebeuren in het werk van mensen.

Ellen Van Stichel

Het goede leven in tijden van klimaatverandering

Wat houdt het goede leven voor allen in als het gaat om klimaatverandering? Binnen het Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en Samenleving is deze vraag onderdeel van ons onderzoeksprogramma ‘Het goede leven voor allen’. Ook in de bredere samenleving is deze vraag aan de orde van de dag. Een jaar lang hebben ongeveer honderd partijen in Nederland aan klimaattafels onderhandeld hoe klimaatverandering tegen te gaan. Zeshonderd maatregelen zijn het resultaat. De inkt van de klimaatvoorstellen is echter nog niet opgedroogd of VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff zoekt in een interview in de Telegraaf het conflict “VVD: ‘nee’ tegen klimaatakkoord”. Hij zet zijn coalitiegenoten weg als ‘drammers’ en dreigt met coalitiebreuk. De VVD campagne voor de Statenverkiezingen in maart en de Europese verkiezingen in mei is begonnen. Het goede leven voor allen, lijkt al snel opgeofferd te worden voor het eigenbelang van de VVD.

Het zoeken naar een antwoord op klimaatverandering is één van de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen, in het Engels ‘Sustainable Development Goals’ (SDGs). Andere SDG’s hebben bijvoorbeeld betrekking op armoedebestrijding (SDG1 1), gender-vraagstukken (SDG 5) en verantwoorde consumptie en productie (SDG 12). Langzamerhand vormen deze SDGs een gedeelde kapstok van het goede leven voor allen voor overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke partijen. Opvallend genoeg speelt religie nagenoeg geen rol in deze SDGs. Zoals het ook opvallend is dat religie geen enkele rol speelt aan de klimaattafels in Nederland. In deze bijdrage dan ook een bijdrage vanuit de joods-christelijke traditie, die later dit jaar in gesprek gebracht zal worden met de bredere samenleving.

Photo: Pete Linforth

SDG 17 is in het leven geroepen om partnerschap te bevorderen. Om de andere 16 doelen te bereiken is het namelijk essentieel dat overheden, bedrijven, burgers, organisaties, en ik zou zeggen ook religies, samenwerken. Een belangrijke vraag is dan hoe alle partijen met, dikwijls conflicterende, eigen belangen op één lijn te krijgen. Het interview met Dijkhoff laat zien hoe makkelijk het is om klimaatverandering voor je eigen profilerings-karretje te spannen. Serieuzere kloven tussen partijen worden zichtbaar in ‘De Staat van de Boer’, een groot opinieonderzoek onder agrariërs. Uit dit onderzoek komt naar voren dat meer dan 80% van de Nederlandse boeren milieuvriendelijkere methoden wil gebruiken. Het onderzoek laat echter ook zien dat de boeren een grote kloof ervaren tussen boeren en consumenten/samenleving, tussen boeren en supermarkten, en tussen boeren en hun vertegenwoordigende organisaties. Terwijl het juist deze partijen zijn die elkaar nodig hebben om de transitie in de landbouw vorm te geven die minister Schouten in het najaar van 2018 aangekondigd heeft in haar landbouwvisie. Klimaatverandering (SDG 13) is één van de redenen die deze transitie noodzakelijk maakt. De vraag blijft wel hoe deze transitie zo vorm te geven dat de partijen samen verantwoordelijkheid nemen voor een gedeelde toekomst voorbij het korte termijn eigenbelang.

Jonathan Sacks, voormalig opperrabbijn van Groot-Brittannië (1991-2013), oriënteert ons op de Exodus als een model voor de kunst van het goede (samen)leven. Hij noemt de Exodus ‘de meta-narratief van hoop’ in onze Westerse samenleving. In dit model van het goede leven voor allen gaat het om het samen verantwoordelijkheid leren nemen voor een gedeelde toekomst. Drijfveer is hier niet een korte termijn eigenbelang, maar een vorm van liefde waar mensen elkaar, en de niet-menselijke natuur, leren zien als doel in zichzelf en niet alleen als object voor de eigen behoefte. Stap voor stap werken de partijen aan het bouwen van vertrouwen en het vormgeven van een nieuw wij, waarin ruimte is voor jezelf en de ander. Een sleutelrol in leerproces speelt een publieke Sabbat. Deze Sabbat is een steeds terugkerende en neutrale plek waar ruimte is voor partijen met verschillende en zelfs conflicterende belangen. Sterker nog, deze publieke Sabbat waardeert verschillende en conflicterende belangen, omdat het de betrokken partijen bewust maakt van de vooronderstellingen of de identiteit waar ze bij leven. Pas als partijen zich hiervan bewust zijn, kunnen ze hun identiteit openen en komen tot een nieuw wij. Een publieke Sabbat viert het nieuwe wij in het heden. Het bouwt aan vertrouwen tussen partijen en stuurt steeds op een kleine stap vooruit met elkaar. In interactie met de ander, met name degene die anders is dan wij, kunnen we wakker geschud worden en een nieuw en bevrijdend perspectief op het spoor komen.

Een soortgelijke manier van denken komen we tegen in Erik Borgman’s voorstel om plekken van contemplatie te creëren. In deze plekken gaat het erom dat mensen niet meteen handelen vanuit de bestaande kaders, maar aangesproken worden door een liefde, en vanuit die liefde samen een bevrijdende toekomst vorm leren geven, die van te voren niet gekend kan worden. Met zijn pleidooi creëert Borgman een alternatief voor een te planmatige omgang met maatschappelijke vraagstukken als klimaatverandering, alsof wij de toekomst van te voren zouden kunnen kennen, en zij niet mede gevormd wordt door de wijze waarop we ons op haar voorbereiden.

Photo: Tú Anh

De relationele vorm van kennen in het werk van Sacks en Borgman lijkt mij als econoom en theoloog essentieel om voorbij eigenbelang en conflict te komen en het goede leven voor allen in de context van klimaatverandering vorm te geven. Waar mogelijk is objectieve kennis essentieel om een antwoord te formuleren op klimaatverandering. Tegelijkertijd kunnen partijen alleen in verbinding een bevrijdende toekomst openen, die van te voren niet zichtbaar was.

De komende tijd gaan we met een breed consortium uit bedrijfsleven, overheid, religie en academie verkennen of en hoe dit perspectief van hoop van toegevoegde waarde kan zijn in de transitie van de landbouw, in het bijzonder de FoodValley (gebied tussen Nijkerk en Wageningen). Op deze wijze proberen we voorbij polarisatie te komen met het oog op het goede leven voor allen.

Jan Jorrit Hasselaar, Econoom en theoloog
Stafmedewerker Dominicaans Studiecentrum voor Theologie & Samenleving
en Coordinator Amsterdam Centre for Religion & Sustainable Development

Gepubliceerd in de Kloosterkrant van het Dominicanenklooster Huissen, voorjaar 2019