Eco-theologie
23805
post-template-default,single,single-post,postid-23805,single-format-standard,stockholm-core-1.0.5,select-theme-ver-5.1.4,ajax_fade,page_not_loaded,wpb-js-composer js-comp-ver-5.7,vc_responsive

Eco-theologie

‘Je naaste liefhebben als jezelf’ behoort tot het hart van de bijbelse traditie. Maar wie is je naaste eigenlijk? In de hoofdstroom van de Europese christelijke theologie zijn de teksten doorgaans gelezen op een wijze dat de naaste ge├»nterpreteerd wordt als onze medemens.

Hedendaagse vraagstukken als klimaatverandering dagen echter theologie en kerk om deze interpretatie scherp tegen het licht te houden. Kunnen we een dier, een tomaat, een berg, de oceaan, het klimaat ook zien als onze naaste?

Waarom wel of waarom niet? Wat betekent ‘liefhebben’ in zo’n context. Is het tijd voor een groene reformatie binnen de theologie? De roep om zo’n groene reformatie roept de beelden van het Conciliair Proces van de jaren ’80 met ‘vrede, gerechtigheid, en heelheid van de schepping’ op. De tak van de theologie die zich vandaag de dag met deze vragen bezighoudt, wordt wel aangeduid als eco-theologie. Vooraanstaande bijdragen van religieuze leiders op dit vlak zijn die van Oecumenisch Patriarch Bartholomeus en de encycliek Laudato Si’ van Paus Franciscus.

Chateau Bossey

Chateau Bossey, locatie van de consultatie

Van 12-15 mei hield de Wereldraad van Kerken een ‘Green Reformation’-consultatie in de prachtige omgeving van chateau Bossey in Geneve. Deelnemers waren onder meer afkomstig uit India, Zuid Afrika, Congo, Indonesie, Japan, Argentinie, Bolivia, Amerika, Denemarken en van de Fiji-eilanden. Centrale vraag tijdens de consultatie was wat verschillende kerken, religies en contexten van elkaar kunnen leren als het gaat om de relatie tussen theologie en ecologie. Daarachter kwam de vraag op of een veranderde relatie tussen theologie en ecologie ook vragen stelt aan de wijze waarop theologische opleidingen worden vormgegeven.
Elke dag van de consultatie begint met een opening waarin de relatie tussen mens en natuur een centrale rol speelt. De ene dag worden we uitgenodigd om een voorwerp in te brengen dat onze relatie met de natuur uitdrukt. De andere dag zitten we op de grond en klinken inheemse gebeden waarin de natuur een centrale rol speelt, zoals het Pachamama uit Zuid-Amerika.

De consultatie kent een negental sessies. Sessies gaan over een ecologische herlezing van de heilige teksten. Een vraag is daarbij of de huidige ecologische vraagstukken ons uitdagen om de bijbel op een wijze te lezen waarin de mens niet los van, maar in relatie tot de natuur staat. Andere sessies gaan over de rol van inheemse tradities als het gaat om eco-theologie. In een bijdrage vanuit de Fiji-eilanden komt naar voren dat de Europese theologie te veel de mens in het centrum geplaatst heeft. De identiteit van de mensen in Fiji is veel meer gebaseerd om hun relatie tot de oceaan. In hun theologische opleiding zijn ze dan ook al jaren aan het werk op een relationele vorm van kennen. In een sessie over ‘At Home on Earth’ verkent professor Ernst Conradie het verschil tussen house en home. Dit verschil roept herkenning op bij de deelnemers uit de Pacifische Oceaan. Huizen, en hele dorpen, daar moeten verplaatst worden door de stijgende zeespiegel. Betekent dat per definitie ook het verliezen van je thuis? Een vraag die ook blijft opkomen is de vraag of en hoe theologische en kerkelijke taal in gesprek gebracht kan worden met de taal van economie en politiek. Als er gedeelde vraagstukken zijn, hoe dan te komen tot vruchtbare interacties? In kleine groepen worden deze en andere vragen die uit de plenaire sessies opkomen verder besproken en goede voorbeelden uit diverse contexten worden ingebracht.

Een dergelijke consultatie is rijk wat mij betreft. In een sfeer van vertrouwen komen vertegenwoordigers van over heel de wereld samen om gedeelde vragen te bespreken. De diversiteit aan tafel is enorm, en een ieder brengt inzichten in vanuit de eigen context. Niet zelden raken de gesprekken ook aan het koloniale verleden, en als Nederlander voel ik me daar niet altijd gemakkelijk bij. Gelukkig gaan ook deze gesprekken in een sfeer van vertrouwen en een zekere luchtigheid.

Aan het einde van de consultatie wordt er een concept-statement opgesteld, die de komende tijd door ontwikkeld zal gaan worden, zodat het ingebracht kan worden in de voorbereidingen op de Assemblee van de Wereldraad van Kerken in Karlsruhe (2021). Ook binnen DSTS werken we verder aan eco-theologie in theorie en praktijk. Alleen al in 2019 pakken we eco-theologie verder op in interactie met overheid, bedrijfsleven, boeren, ngo’s en kerken (inclusief Patriarch Bartholomeus en Kardinaal Turkson, samensteller van de encycliek Laudato Si’) en andere kennisinstellingen. De inzichten die we hier op doen zullen we ook teruggeven aan onze broeders en zusters in de wereldwijde oecumene, zoals we ook hun inzichten meenemen in ons werk.

Jan Jorrit Hasselaar, als econoom en theoloog verbonden aan DSTS