DSTS | ‘Een beter milieu begint bij jezelf’
23195
post-template-default,single,single-post,postid-23195,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,select-theme-ver-3.2.1,wpb-js-composer js-comp-ver-4.12,vc_responsive

‘Een beter milieu begint bij jezelf’

‘Een beter milieu begint bij jezelf’

Het goede leven voor allen. Vanuit dominicaans-theologisch en interreligieus perspectief gaat het DSTS op zoek naar ingrediënten die nodig zijn voor dit leven. In deze serie ‘Het goede leven voor allen’ komen verschillende mensen uit de dominicaanse beweging aan het woord. Wat zijn hun smaakmakers? “Een beter milieu begint bij jezelf. Een beter leven ook, want goed leven begint bij het hebben van oor en oog voor elkaar” Michael-Dominique Magielse OP, voorheen werkzaam bij de radio en televisie en nu dominicaan, over ‘beter’ en ‘goed’ leven.

Door: Tanja van Hummel

Wat versta jij onder het goede leven voor allen?
“Deze vraag roept bij mij een andere vraag op die ik eerst zou willen wil beantwoorden: ‘Wat is goed?’ En hoe je die vraag beantwoordt, hangt weer van zoveel andere zaken af: je persoonlijke situatie, de context, enz. Ik ben dominicaan en voor mij houdt het goede in dat ik met het Woord van God leef, met de gulden regel ‘wat u niet wil dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’.

Paus Franciscus is voor mij een voorbeeld als het om het goede leven gaat. Hij zoekt de nabijheid van mensen op en dan speciaal van mensen die aan de rand van de samenleving staan. De parabel van de Barmhartige Samaritaan is mij dan ook dierbaar. In dat verhaal wordt gevraagd ‘Wie is mijn naaste?’. Ik herformuleer die vraag liever naar ‘Voor wie kan ik een naaste zijn?’.

In een stage binnen het pastoraat mocht ik op cruciale momenten mensen nabij zijn. Op momenten van doop, huwelijk en overlijden kom je dicht bij mensen die je amper kent. Toch ben je hen nabij. Enerzijds doordat je zelf de ander ziet en onderkent, anderzijds doordat de ander mij het vertrouwen heeft geschonken. Zo met elkaar omgaan, dus elkaar nabij zijn, dat versta ik als ‘goed leven’.”

Hoe geef jij hier in je eigen leven vorm aan?
“Momenteel is mijn leefwereld vooral dit klooster in Huissen. We leven samen in een communiteit en dat is per definitie relationeel, al kun je ook momenten hebben waarop je je op jezelf teruggeworpen voelt. Die relatie geef ik onder meer vorm door oog en oor voor mijn huisgenoten te hebben. Even goedendag wensen of vragen hoe iemands dag is geweest.”

Hoe zou de samenleving bij kunnen dragen aan het goede leven voor allen?
“Voor mij is het wezenlijk dat de nabijheid onconditioneel is. Wat ik in onze samenleving veracht is de ‘voor wat hoort wat’-mentaliteit. Zo is het bijvoorbeeld zot dat er van alles uit de kast getrokken wordt om vrijwilligers te krijgen en vast te houden. Door een (kleine) financiële vergoeding of door een vergoeding in natura te geven, ontstaat een vorm van geleid vrijwilligerswerk, maar zou niet het vrijwilligerswerk om niet moeten plaatsvinden?

Natuurlijk, als ik iemand help, geeft dat een goed gevoel. Maar dat goede gevoel is niet het doel van mijn helpen. Ik help om de ander nabij te zijn. Op sociale media als Facebook en Instagram zie je echter juist dat de handeling zelf, en het goede gevoel, worden uitvergroot.

Dit is het gevolg van de mediatisering van onze samenleving. Op Facebook en Instagram doen we ons beter voor dan we zijn. Dit gaat ten koste van de kwetsbare kant die we hebben. Het goede gaat op de sociale media schuil achter het beste. Het beste is het beeld dat we van onszelf creëren. Het goede huisvest in het kwetsbare.

De mediasfeer doordringt ons hele leven. Alle media-instituties hebben hun eigen wetten en moraal en daarmee verandert ons begrip van authenticiteit. Paus Franciscus post bijvoorbeeld berichten op Instagram waarop te zien is hoe hij zieken en kwetsbaren omarmt. In het tonen van zijn barmhartigheid is hij authentiek, maar hij post alleen. Hij is een traditionele zender en daarmee volgt hij niet de wetten/codes van sociale media die vragen op elkaar te reageren.

Een mooi voorbeeld van authenticiteit in de media vind ik daarentegen de Amerikaanse jezuïet James Martin. Hij neemt het op voor LHBT’ers, omdat hij vindt dat er een kloof bestaat tussen het instituut kerk en deze groep mensen, die overbrugd moet worden. Authentiek aan zijn manier van handelen is dat hij uitnodigt tot reacties en zelf reageert op de kritiek die hij krijgt, ook al is die kritiek soms bijzonder fel en gemeen. Maar door te reageren, is hij ‘pastoraal’ op internet bezig en probeert hij wederzijds begrip te kweken. Hij is dus werkelijk authentiek binnen de mediasfeer en niet alleen een zender zoals de paus.”

Tanja van Hummel is stafmedewerker van het DSTS.