God laten gebeuren
23750
post-template-default,single,single-post,postid-23750,single-format-standard,stockholm-core-1.0.5,select-theme-ver-5.1.4,ajax_fade,page_not_loaded,wpb-js-composer js-comp-ver-5.7,vc_responsive

God laten gebeuren

Van 20 tot 23 maart 2019 vond aan de Notre Dame University (VS) het Option for the Poor: Engaging the Social Tradition plaats. Onze medewerker Ellen Van Stichel was er bij en laat er zich inspireren door de dominicaans-geïnspireerde theologie van Gustavo Gutiérrez.

“Wezenlijk voor de bevrijdingstheologie is het besef dat de mensengeschiedenis en de heilsgeschiedenis geen aparte realiteiten zijn, maar het één gedeelde geschiedenis betreft. Dat bewustzijn gaat terug op het Tweede Vaticaans Concilie, en dat het daar ingang vond hebben we te danken aan enkele cruciale Europese dominicanen.”

Gustavo Gutierrez – Notre Dame University – 23 maart 2019

Aan het woord is een van de grondleggers van de bevrijdingtheologie, Gustavo Gutiérrez, die sinds zijn 69ste ook tot de Orde der Predikers behoort. Tijdens een conferentie over ‘Option for the poor: Engaging the Social Tradition’, georganiseerd door het Centre for Social Concerns van de Notre Dame University (VS) sprak hij er de deelnemers toe. In lijn van zijn theologie, willen we hier gedurende drie dagen nadenken waar we sporen van de bevrijdende God in de werkelijkheid aanwezig zien in de geschiedenis van mensen die strijden tegen onrecht en zich inzetten voor het goede leven voor allen.

Als één van de weinige Europeanen, nam ik in mijn verhaal een concrete praxis uit onze samenleving, met name de Franse gele hesjes. Deze hield ik tegen het licht van Schillebeeckx’ bevrijdingtheologische inzichten en vooral zijn notie van de contrastervaring. Wat zeggen de gele hesjes ons over Schillebeeckx’ idee dat mensen zich ‘spontaan’ verontwaardigd voelen en een veto uitdrukken tegen de werkelijkheid zoals die nu is, waarin een ‘beamend ja’ oplicht ten aanzien van ‘het onbekende, het inhoudelijk niet eens positief bepaalbare: een betere, andere wereld die in feit nog nergens gegeven is.’ En waar zou zijn theologie ons toe aansporen? Zouden we het gele hesje zelf moeten aantrekken? Durven we de contrastervaring in te stappen, tot de onze te maken, ondanks de vragen die ze ook oproepen? Durven we?

Even terug naar Gutiérrez. Vanuit Schillebeeckx is Gutiérrez verwijzing dan ook heel herkenbaar. Als onderzoeker van het DSTS, blijft zijn verwijzing bovendien extra hangen. Ook in reflecties op zijn theologie hoor ik hoe de Peruviaan door zijn Europese scholing sterk beïnvloed is door dominicanen als Yves Congar en Marie-Dominique Chenu. Komt hieruit zijn interesse voor de dominicanen die hij later zou vervoegen, vraag ik me af? Was het dit dat hem zo trof? Tijd om dat es uit te zoeken, want voorlopig blijf ik op mijn honger zitten. Maar het is dus wel fascinerend om, met een presentatie over Schillebeeckx die zelf erkentelijkheid uit ten aanzien van Gutiérrez, dan terug op het continent bij Chenu en Congar uit te komen. Het smaakt alvast naar meer om die lijn verder te verkennen.

Op aanraden van Anton Milh, de jongste dominicanentelg in België, had ik voor de heenvlucht The New Wine of Dominican Spirituality van Paul Murray o.p. ter hand genomen. Daar raakt me eenzelfde visie. Wanneer we vanuit de dominicaanse spiritualiteit en theologie deze aanwezige God ter sprake brengen, maakt Murray me nog meer duidelijk, dan spreken we niet zozeer over God, maar vanuit God. Zoals zijn metafoor van de operazanger aangeeft: je kan zingen voor God, maar je kan ook God door jou laten zingen.  Een God, dus, die zich laat gebeuren in het werk van mensen.

Ellen Van Stichel