







|
Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en Samenleving
Overgeleverd aan de toekomst
Christelijke traditie in een na-traditionele tijd
"De traditie ben ik", heeft paus Pius IX (1846-1878) volgens de overlevering ooit gezegd. Er zal nu niemand zijn die deze uitspraak tot de zijne of hare zou willen en durven maken. In de ogen van deze paus kon men slechts op het spoor van het heil komen door te gaan staan in de traditie die hij vertegenwoordigde en deze tot norm te nemen. Wie nu op zoek is naar 'heil' gaat niet allereerst te rade bij een kerkelijke overheid, maar kijkt naar de talloze aan-biedingen van heil en loopt 'langs de kramen van het geluk' - de titel van het vorige DSTS-cahier. De conclusie kan niet anders zijn dan dat er een veelheid aan tradities bestaat. Naast talrijke christelijke tradities zijn er de veelsoortige overleveringen van de grote wereldreligies en van godsdiensten met een meer lokaal karakter en tenslotte zijn er de tradities van de moderne, seculiere wereld zoals het liberalisme, nationalisme en socialisme. Binnen één en dezelfde traditie kunnen we allerlei tegentradities ontmoeten. Zij zijn in de vergetelheid ge-raakt onder de druk van een meerderheid die een consensus vormde over de inhoud van 'de traditie', of van een groep die haar visie op de traditie aan de meerderheid wist op te leggen, maar vaak hebben deze tegentradities een belangrijke rol in de geschiedenis gehad en kun-nen ze nu inspireren tot het vinden van nieuwe verbeeldingen van heil.
Vroeger kwamen de meeste mensen slechts in contact met de traditie waarin zij opgroei-den. Vandaag de dag maken immigratie en de moderne communicatiemiddelen het bijna onmogelijk ontmoetingen met andere tradities te ontlopen. Velen ervaren het als heilzaam om in gesprek te gaan met hen die uit een andere traditie komen. Het blijft daarbij niet bij een gesprek. Elementen uit andere tradities, zoals bijvoorbeeld de Zenmeditatie worden overgenomen en in praktijk gebracht. Zij worden opgenomen in en naast de reeds bestaande levensovertuiging - een nieuw syncretisme begint te ontstaan - of worden een onderdeel van een individuele levensvisie. Deze openheid voor andere visies op de werkelijkheid verzwakt het vertrouwen in de vanzelfsprekendheid van de traditie waarin men zelf tot dusver stond. Elk individu kan nu in beginsel met de hulp van elementen uit verschillende traditiestromen een eigen levensovertuiging vormen, die soms geheel of ten dele door anderen wordt over-genomen, zodat er nieuwe tradities kunnen ontstaan.
Een traditie geeft houvast op momenten van onzekerheid en maakt het gemakkelijker be-slissingen te nemen. Voor wie in een traditie staat, tekent zich een spoor af op de weg naar een heilzame beslissing. Maar wie het besef tot zich toelaat te leven te midden van een veel-heid van tradities, wordt zich ervan bewust dat het niet zo zeker is dat dit ene spoor tot heil leidt. Andere, oude en nieuwe, religieuze en seculiere tradities lijken soms meer te bieden te hebben; vaak ziet het gras op een weide verderop er groener uit. In elk geval wordt het hoogst onwaarschijnlijk dat de traditie waartoe men behoort, alleenzaligmakend is. Hele-maal zonder traditie leven is niet mogelijk; elk criterium om tot een beslissing te komen ont-breekt dan en er is geen pad om in te slaan. De woorden waarin wij denken en ons uiten zijn al traditie. Een begrip als 'traditie' hoeft dan ook niet geschuwd worden. Er is een neiging van zowel 'conservatieven' als van 'progressieven' bepaalde woorden in bezit te nemen zo-dat de anderen het niet kunnen gebruiken, en de suggestie te wekken dat bijvoorbeeld 'bid-den' of 'opkomen voor de zwakkeren' - uitsluitend door deze en niet door die groep gedaan wordt.
Er zijn verschillende metaforen in gebruik die licht werpen op het verschijnsel 'traditie'. De traditie wordt soms ervaren als een loden last die men met zich meesleept, dan weer als een schatkist waaruit telkens opnieuw geput kan worden. Soms is de sleutel weggeraakt en is er niemand die een nieuwe maken kan, zodat de kist niet meer open gaat en er niets uitgehaald of ingedaan kan worden. Voor anderen is de traditie een parelsnoer dat met grote zorg moet worden omgeven en waaruit geen element gemist kan worden, omdat anders het snoer breekt, de parels overal heen rollen en de traditie in stukken uiteenvalt. Een ander beeld voor traditie is een rivier of een stroom die van de ene kant dezelfde blijft, maar van de andere kant steeds weer verandert, omdat ze door steeds veranderende landschappen gaat, er ande-re riviertjes in uitstromen, er vertakkingen ontstaan, de stroom onderbroken wordt door stuwwallen of schijnbaar tot stilstand komt in grote meren. De ontdekking dat er vele tradi-ties en wegen naar heil zijn, kan het beeld oproepen van een reis in een wildernis waar je een weg door moet banen en voortdurend moet kiezen welke traditie je verder helpt en welke achtergelaten moet worden. Maar traditie kan mensen ook het gevoel geven een woning, een thuis, te hebben. Wanneer echter nooit iemand anders dit huis wil bezoeken kan dit een te-ken zijn dat het een kille, onleefbare ruimte is geworden en moet het verlaten worden.
Terwijl eeuwenlang 'de traditie' gezag had, is het nu de vraag waarom de legitimatie van een bepaalde keuze of overtuiging gevonden moet worden in iets uit het verleden. Waarom zou het niet mogelijk zijn een nieuwe traditie te scheppen? Moet een traditie niet eerder ge-zien worden als een bron van inspiratie in plaats van als een anker dat mijn leven aan een bepaalde plek bindt? Heeft de traditie gezag, omdat ze ons contact belooft met 'hetzelfde' of omdat ze verschilt van ons heden en daarom uitdaagt tot bezinning, een opnieuw doorden-ken van de werkelijkheid en een gesprek met anderen? De auteurs van deze bundel voelen zich het meest thuis bij dit laatste beeld van de traditie. Een traditie die niet verandert, sterft af.
De letter doodt: teksten, riten en gebruiken schieten tekort wanneer het erom gaat de in-houd van een geloofsovertuiging of normen en waarden door te geven. Er moet altijd ie-mand zijn die een interpretatie geeft en er zo leven in blaast. De lezer, hoorder of uitvoerder van de traditie is minstens zo belangrijk als de auteur of spreker om vast te stellen wat hier en nu haar betekenis is. De traditie verschijnt telkens in een nieuwe, levende context van waaruit zij gelezen en gehoord wordt.
Volgens sommige hedendaagse denkers is er een einde gekomen aan het gezag van de traditie. Het woord 'traditioneel' heeft een negatieve betekenis gekregen. Om het heden be-ter te doen uitkomen wordt de 'traditionele' cultuur soms geschilderd in zwarte kleuren. Het einde van het gezag van de traditie, nu vaak aangeduid met het woord 'onttraditionalisering', is een van de modellen waarmee geprobeerd wordt licht te werpen op de huidige ontwikkelingen in de westerse wereld. Volgens deze hypothese is het kenmerkend voor onze cultuur dat het individu niet meer leeft binnen een voorgegeven bedding. Het moet zelf zijn weg banen, actief zijn bij het nemen van beslissingen, autonoom op zoek gaan naar eigen hulpbronnen en de risico's aanvaarden die het daarbij loopt. Voorheen maakte het individu deel uit van een voorgegeven orde die algemeen werd beschouwd als van nature of van God uit gegeven. Zij was heilig, onaantastbaar, schijnbaar onontkoombaar. Het gezag van het verleden stond niet ter discussie en gehoorzaamheid aan hen die deze gezagvolle traditie overdroegen aan een volgende generatie was min of meer vanzelfsprekend, zelfs als er onder geleden werd. Zij die de traditie doorgaven belichaamden haar in eigen ogen en in die van hen die haar overnamen: zij waren de traditie. Waarden, normen en voorschriften kwamen 'van buiten', werden vaak gezien als komende 'van boven', en vervolgens door het individu verinnerlijkt. Deze 'natuurlijke' orde was collectief; door in de traditie te staan maakte men deel uit van een gemeenschap en een cultuur. Deze cultuur werd tegenover andere gezet. Het oordeel leed dan geen twijfel: het vreemde, het verschillende had niet dezelfde waarde als de eigen cultuur en traditie maar was altijd het mindere. De individualisering en de communicatie met deze andere culturen, intensiever geworden door de moderne communi-catiemiddelen, hebben een omslag gebracht en de betekenis van de eigen traditie gerelati-veerd. De 'na-traditionele' cultuur kent geen duidelijke orde en is zwak. Het individu moet op eigen benen staan en doet dat ook graag.
Sommige critici van de hypothese van de onttraditionalisering menen dat deze geen goed licht werpt op het hedendaagse leefklimaat. De hypothese zou in elk geval gerelativeerd moeten worden. Men wijst erop dat ook oude culturen intern pluralistisch zijn en er vaak al een uitwisseling met andere culturen plaatsvond, terwijl in onze hedendaagse samenleving afspraken, agenda's, routines en procedures functioneren als quasi-tradities die ons houvast geven en ons juist inperken. Dit laatste hoort gewoon bij de eeuwige spanning tussen de ei-sen die van buiten op ons afkomen en onze eigen verlangens. Er zijn ook critici voor wie de onttraditionalisering nog niet ver genoeg gaat: zelfs de traditie die het bestaan van een 'au-tonoom zelf' aanneemt, zou moeten worden betwijfeld.
De auteurs van deze bundel gaan er vanuit dat er wel degelijk een breuk aan te wijzen is tussen de 'traditionele' en de hedendaagse cultuur, waarbij de traditie weliswaar niet geheel verdwijnt, maar toch haar vanzelfsprekendheid verliest. Deze breuk raakt ook de traditie waarin heil wordt aangeboden, in onze cultuur hoofdzakelijk de christelijke, kerkelijke tradi-tie. De afstand tussen het christelijke heilsaanbod en het zoeken van hedendaagse mensen naar de betekenis van hun leven wordt groter. Deze breuk wordt bovendien versterkt door-dat de leiding van vele kerken uitspraken doet die niet meer geaccepteerd worden door hun leden en als te traditioneel worden afgewezen. In deze bundel denken zes theologen na over de vraag hoe om te gaan met deze breuk. Voor hen heeft het staan in de traditie slechts zin omwille van een betere toekomst. De traditie levert het verleden over, maar is als zodanig zelf 'overgeleverd aan de toekomst'.
Dit cahier is het tweede binnen het kader van het huidige onderzoeksprogramma van het Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en Samenleving (DSTS) 'De theologische vraag naar heil in een na-traditionele context' dat in september 1999 begonnen is en doorloopt tot september 2003. Het gaat daarin om de vraag welke betekenis het aanbod van heil vanuit de christelijke traditie en de taal die daarvoor wordt gebruikt, kunnen hebben voor mensen die leven in een gefragmenteerde samenleving. Terwijl het vorige cahier het accent legde op de huidige zoektocht naar heil, staat het huidige stil bij het gelijktijdige proces van onttraditio-nalisering. Het cahier heeft niet de pretentie alle kanten hiervan te belichten. Wij hopen de lezer aan het denken te zetten en haar of zijn eigen mening te vormen over dit verschijnsel.
Het eerste artikel in dit cahier geeft een concrete beschrijving hoe een traditie verandert, afsterft en hoe er een nieuwe geboren wordt. Jan Nieuwenhuis, dominicaan en pastor aan de Dominicuskerk in Amsterdam, beschrijft hoe bij hemzelf en de Dominicuskerk in Amster-dam de traditie stap voor stap veranderde. Het vertrouwde hecht doortimmerde geloofsge-bouw begon te wankelen en te verschuiven toen er een steen werd weggehaald. Het weg-kwijnen van de typisch roomse traditie ging min of meer gelijk op met een proces van demo-cratisering. Bij elke grote stap weg van de traditie werd een uitspraak gevraagd van de kerk-bezoekers. Wat men naar eer en geweten ziet als de oertraditie, geldt als het criterium voor de nog zoekende en kreupele nieuwe traditie die aan het ontstaan is.
André Lascaris, staflid van het centrum, sluit aan bij de notie 'democratisering'. Hij wijst erop dat mede dankzij de mogelijkheden van de moderne communicatiemiddelen de zeg-gingschap over de inhoud van de traditie in sterke mate verschuift van hen die haar van oudsher overdragen naar hen die haar ontvangen. Het individu kan meer dan voorheen be-palen door wie het zich laat aanspreken en aan wie het in feite het recht geeft het een en an-der door te geven. In zijn artikel valt het accent op de traditie als het proces van het doorge-ven en dus als interactie tussen aanbieders en potentiële navolgers. De leiding van de kerk van Rome probeert zichzelf te presenteren als onmisbaar bij de overdracht van de traditie; meer dan de inhoud van de traditie is het bewaren van het kerkelijk gezag de inzet van haar reactie op het proces van de onttraditionalisering. Het verlies van de macht over het doorge-ven van de traditie kan echter beter als een winst gezien worden. Naast de heilzaamheid van de continuïteit is er de heilzaamheid van de breuk met het verleden die we ook aantreffen in het verschijnsel van de vergeving die zo'n grote plaats heeft in de synoptische evangelies.
Angela Berlis, lid van de staf van het centrum,
Maaike de Haardt, lid van de Raad van Advies van het DSTS,
Nico Schreurs, lid van het bestuur van het DSTS,
Stephan van Erp, eveneens staflid van het centrum.
Wij zijn Jan Nieuwenhuis, Maaike de Haardt en Nico Schreurs zeer erkentelijk voor hun bereidheid een bijdrage te leveren aan dit cahier. Wij danken Manuela Kalsky voor haar pittige en originele bijdrage aan de discussies rond dit cahier. Leo Oosterveen heeft de auteurs ge-stimuleerd door fundamentele filosofische vragen te stellen en heeft bovendien geholpen bij de technische redactie van de tekst. Barbara Leijnse zijn we dankbaar voor haar exegetische bijdrage aan het begin van onze gedachtevorming rond traditie. Connie Boelee was een grote steun tijdens het gereed maken van het cahier. Tenslotte bedanken we de leden van de Raad van Advies, Nico Derksen, Maaike de Haardt, Anton Harskamp, Nol Hogema, Palmyre Oomen, Rob Treep en Heleen Zorgdrager voor hun kritische adviezen in de aanloop tot het schrijven van dit cahier.
Angela Berlis
Stephan van Erp
André Lascaris
|

Dominicaans Studiecentrum
voor Theologie en Samenleving
Erasmusgebouw k17.28, Nijmegen
Postadres:
Nieuwe Herengracht 18
1018 DP Amsterdam
Tel. 020-6235721
secretariaat@nieuwwij.nl
www.dsts.nl |