Dominicaans Studiecentrum voor
Theologie en Samenleving


publicaties > Cahier 11 > Inleiding

In het voorjaar van 2003 verscheen in de Volkskrant het bericht dat volwassenen kinderboeken kopen voor zichzelf en niet slechts tot lering en vermaak van hun kroost. Zo kunnen de Harry Potter-boeken van Joanne Rowling zich verheugen in de belangstelling van vele volwassen lezers. De verfilming van John Tolkiens trilogie In de ban van de ring is eveneens meer gericht op volwassenen dan op kinderen. Dit sprookjesachtige werk heeft als thema de strijd tussen goed en kwaad en in het bijzonder de verleidelijkheid van de macht. Tolkien plaatst dit onderwerp binnen een wonderlijke wereld met uitzonderlijke figuren: bomen die langzaam pratend tot een besluit komen, achtervolgingen als in een nachtmerrie, middeleeuwse burchten en veldslagen, allerlei beelden die men eerder in een kinderboek dan in literatuur voor volwassenen verwacht. Ook de sciencefiction literatuur kent een wonderlijke mengeling van tot nu toe onbekende technologische mogelijkheden met magische elementen en de romantiek van oude koninkrijken en dynastieën.
Een nieuw literair genre is aan het ontstaan, de ‘cross-over fictie’, waarin de strijd tussen goed en kwaad wordt gecombineerd met mythologische elementen en een volwassen plot. Soms verschijnt hetzelfde boek in twee versies, één voor kinderen en één voor volwassenen. Het is moeilijk dit verschijnsel te duiden, maar men vermoedt dat het te maken heeft met het verlangen van mensen even te ontsnappen aan de druk en de saaiheid van het dagelijks bestaan. Er is behoefte aan fantasie, aan dromen.
Deze dromen gaan over geluk, heil en levensvervulling. Waar droom je anders van? Met kinderboeken, sciencefiction en ‘cross-over fictie’ betreedt men een droomwereld waarin de verschrikkingen groot kunnen zijn, maar de goede afloop tamelijk zeker is. Wanneer het leven tegenvalt en pijn doet, kun je proberen stug door te gaan. Of je kunt de pijp aan Maarten geven. Of je geeft je ziel aan een charismatische TV-dominee die je met zijn heilspraat belooft herboren te worden.
Vele verlangens blijven onvervuld. Het blijkt onmogelijk uit het leven alles te halen wat erin zit. Men moet kiezen uit ontelbare keuzemogelijkheden. De keuze voor de ene carrière gaat zelden samen met die voor een andere. Met elke keuze snijdt men zich af van andere aantrekkelijke manieren van leven. Niemand kan pretenderen zeker te weten wat het leven zinvol maakt en er betekenis aan geeft.

Wat levensvervulling is en hoe we dit op het spoor komen, is het thema van dit cahier. Vaak wordt levensvervulling in verband gebracht met geluk, met oppervlakkige genoegens van het leven. Don’t worry, be happy. Levensvervulling echter overstijgt die invulling van geluk. Het kan betekenen dat je moet afzien: bereid zijn in te leveren, desnoods jezelf moeten verloochenen, of ongeluk te accepteren omwille van een zuiver geweten of een engagement. Een ander woord voor levensvervulling is ‘heil’. Heil roept de associatie op van heel-zijn en helen, maar wordt buiten het kerkgebouw nog maar zelden gehoord. Wanneer je het wel gebruikt, krijgt levensvervulling een religieuze betekenis. Heil legt een relatie tussen mensen en God. In dit kader veronderstelt levensvervulling het besef dat het leven verantwoordelijkheid met zich meebrengt.
Vanaf het begin van het westerse denken is men ervan overtuigd dat de bestemming van alle mensen geluk, heil en levensvervulling is. Ook al is de maakbaarheid van een vervuld leven gering, mensen blijven ernaar op zoek. Ze jagen het heil na en proberen het binnen te halen. Maar het heil dat wij op de hielen zitten, blijkt vaak een luchtspiegeling te zijn. Juist als je meent het te kunnen pakken, ontglipt het je en zit het onverwacht joú op de hielen.

Waaraan kunnen we ons spiegelen als we op zoek zijn naar levensvervulling? De grote tradities hebben hun zeggingskracht verloren. Toch kunnen mensen niet leven zonder richtingwijzers. De auteurs van dit cahier nemen enkele daarvan onder de theologische loep, zoals emoties, helden en heiligen, vreemdelingen, het diepste zelf, schoonheid en het gedroomde lichaam.
Angela Berlis stelt in haar artikel voorbeeldfiguren centraal. Dat idolen door de media gecreëerd worden weet iedereen. Maar hoe zit dat met heiligen? Word je als heilige geboren of word je tot heilige gemaakt? Bij het creëren van voorbeeldfiguren spelen belangen van groepen een rol. De auteur beschrijft de huidige praktijk van heiligverklaring in de rooms-katholieke kerk en het ontstaan van seculiere heiligen vroeger en nu. Het aanbod van gecanoniseerde heiligen is groot. Tè groot vindt de één, terwijl de ander blij is met een hemel vol heiligen met voor elk wat wils. De kerkelijke of wereldse voorbeeldfiguren in een geïndividualiseerde samenleving weerspiegelen het verlangen van mensen naar authenticiteit en levensvervulling.
André Lascaris stelt in zijn bijdrage de vraag of heil en levensvervulling via de weg van de emotie te vinden zijn. Hij wijst op de hoge waardering van emoties in onze cultuur. Dit heeft gevolgen voor het verstaan van levensvervulling en voor de betekenis van geluk, geweten en van waarden en normen in de samenleving. De christelijke traditie koesterde tot voor kort een groot wantrouwen tegen emoties. In dit artikel laat de auteur zien dat het mogelijk is positiever tegenover emoties te staan dan in deze traditie gebruikelijk was. Emoties kunnen volgens hem de weg wijzen naar een nieuwe betrokkenheid op elkaar.
Barbara Leijnse verbindt levensvervulling met het thema voedsel. In de huidige tijd hebben veel mensen een moeilijke relatie met het eten en hun lichaam en lijden aan eet- en sportverslaving. Ze hebben alles over voor een ‘droomlichaam’. De slankheids-gezondheids-fitness-industrie heeft de pretentie van een nieuwe religie. Velen geloven in haar beloftes en rituelen. De auteur houdt deze religie tegen het licht. Met behulp van het bijbels paradijsverhaal (Gen 2-3), die bijbelpassage waar voor het eerst expliciet sprake is van eten, legt zij het traditioneel en patriarchaal karakter van de fixatie op slank-zijn bloot. Vervolgens gaat zij aan de hand van Eva op zoek naar een heilzame, eigentijdse verbeelding van voedsel en heil die zij aantreft in de film Chocolat.
Stephan van Erp plaatst het thema levensvervulling in het kader van kunst en schoonheid. Kan schoonheid troosten en een weg naar God zijn? Sommigen beweren van wel. In de christelijke traditie werd die rol echter nooit zo eenduidig aan de schoonheid toegekend. Aan de hand van Augustinus illustreert de auteur de theologisch ambivalente betekenis van kunst en schoonheid. De wereldse schoonheid is een teken van het goddelijke, maar verleidt ook tot het zondige. Kunst en schoonheid kunnen het verlangen naar een vervuld leven voeden. Ze verwijzen naar een leven dat er nog niet is en dat evenmin van deze wereld is. Kunst, zo beweert de auteur, staat niet alleen in dienst van de religieuze contemplatie, maar moet ook aanzetten tot verzoening en bevrijding.
Leo Oosterveen gaat in op de spirituele levensvervulling die velen zoeken in ‘het diepste zelf’. Hij hoort daarin de stem weerklinken van Augustinus’ pleidooi voor de inkeer van de ziel in zichzelf. De ziel die terugverlangt naar eenheid en naar God. Hiertegenover plaatst hij Bonhoeffers opvatting van navolging waarin men zich engageert met de lijdende God en mens. In deze praxis worden we verlost van de bekommernis om ons ‘zelf’. De auteur brengt Bonhoeffers gedachten over navolging in verband met huidige verschillende sociale vrijheidspraktijken. Hij stelt dat wij ons ‘zelf’ even vaak verliezen als vinden tijdens de vele momenten van levensvervulling, die deze praxis schenkt.
Manuela Kalsky sluit aan bij het debat over de omgang met ‘de vreemde’ in de multiculturele en multireligieuze samenleving van Europa. Aan de hand van de discussie over de positie van de vrouw in de islam laat zij zien dat westerse emancipatie-idealen aan de basis liggen van het debat over de integratie en emancipatie van ‘de vreemde’. Met behulp van studies op het gebied van de interculturele hermeneutiek en het postkoloniale discours pleit de auteur voor de ontwikkeling van een Europese theologie die de interactie van etniciteit, cultuur, religie en gender serieus neemt. Daarbij zoekt zij naar een relationele opvatting van identiteit en naar een op ontmoeting gerichte ‘interactieve universaliteit’ waarin onderlinge verschillen vruchtbaar worden gemaakt.

Dit cahier is het laatste in het kader van het onderzoeksproject ‘De theologische vraag naar heil in een na-traditionele context’ (1999-2003) van het Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en Samenleving (DSTS). In dit project wordt gezocht naar de betekenis van het begrip heil. Dit begrip staat centraal in de christelijke traditie. In een geïndividualiseerde samenleving staan deze traditie en haar opvattingen over heil onder druk en ondergaan een betekenisverandering. In 2000 verscheen als eerste studie in dit project cahier 9: Langs de kramen van het geluk. Heil zoeken in deze tijd. Waar zoeken en vinden mensen feitelijk heil en geluk en hoe maken ze daarbij gebruik van verschillende tradities? Deze zoektocht is niet eenvoudig, omdat de samenleving tradities niet meer even vanzelfsprekend als voorheen aan mensen voorhoudt. De samenleving is onderhevig aan ‘onttraditionalisering’ en dit heeft gevolgen voor het verstaan van de christelijke traditie. Deze thematiek was in 2001 het onderwerp van cahier 10: Overgeleverd aan de toekomst. Christelijke traditie in een na-traditionele tijd. Daarin wordt gepleit voor een open omgang met de christelijke traditie. De vindplaatsen van heil laten zich niet opsluiten in de traditie, de schrift of het instituut kerk. Ze openbaren zich overal in de samenleving. Reflectie op deze vindplaatsen werd door de leden van de DSTS-staf gedaan in de TGL-special Openbaring vind(t) plaats (2002). Het cahier dat nu voorligt sluit het onderzoeksproject af.

Wij danken Lambert van Gelder voor de opmaak van dit cahier. De leden van onze Raad van Advies Nico Derksen, Maaike de Haardt, Anton van Harskamp, Palmyre Oomen, Rob Treep, Ton Zondervan en Heleen Zorgdrager zijn we erkentelijk voor hun kritische adviezen.

Manuela Kalsky
Barbara Leijnse
Leo Oosterveen




Dominicaans Studiecentrum
voor Theologie en Samenleving
Erasmusgebouw k17.28, Nijmegen
Postadres:
Nieuwe Herengracht 18
1018 DP Amsterdam
Tel. 020-6235721
secretariaat@nieuwwij.nl
www.dsts.nl

© DSTS 2003