







|
Manuela
KalskyPleidooi voor een meervoudige
identiteit
Het thema religie is in het ‘seculiere’ Nederland terug van weggeweest.
Noodgedwongen. Mohammed B, een jonge extremistische moslim, in Nederland
geboren en getogen, vermoordde de cineast en schrijver Theo van Gogh op
klaarlichte dag op straat in Amsterdam. Op het lichaam van Van Gogh had hij
een aan de VVD politica Hirsi Ali gerichte brief achtergelaten: haar
doodvonnis met verwijzingen naar teksten uit de koran. Hirsi Ali’s
uitlatingen over de islam en de film Submission werden door islamitische
Nederlanders als zware belediging ervaren. De sfeer in Nederland werd steeds
grimmiger, bedreigingen waren aan de orde van de dag met als triest
hoogtepunt de brute moord op Van Gogh. Als reactie erop werd op
verschillende plaatsen in Nederland brand gesticht in moskeeën, islamitische
scholen en kerken. Het buitenland keek vol ongeloof naar Nederland, het
vermeende toonbeeld van tolerantie en openheid.
Wij en zij
Net als na de aanslagen van 11 september 2001 in Amerika, wordt na de moord
op Van Gogh alleen nog in groepen gedacht – in wij de autochtonen en zij de
allochtonen, meer bepaald de moslims. Er worden leuzen geroepen als: stuur
ze terug naar hun eigen land als ze zich hier niet willen aanpassen! Daarbij
voor het gemak vergetend dat "ze" vaak in het bezit zijn van een Nederlands
paspoort of zelfs in Nederland zijn geboren en getogen en dat de meesten er
gewoon leven en werken, niet meer of minder aangepast dan iedere andere
Nederlander. Toch regeert momenteel de angst voor de islam ‘die ons allen
zal overheersen’ en is er nauwelijks ruimte voor nuance.
Angst en onzekerheid hebben tot gevolg dat wij ons afbakenen ten opzichte
van de ander en teruggrijpen op overgeleverde traditionele normen en waarden.
Waar haal je anders zekerheid vandaan in onzekere tijden? De eigen
Nederlandse identiteit hervinden staat hoog in het vaandel, want blijkbaar
weten Nederlanders, in tegenstelling tot de nieuwkomers, niet wie ze zijn.
Er worden verwoede pogingen ondernomen om het nationale identiteitsbesef op
te vijzelen, bijvoorbeeld met behulp van de nationale tv quiz: wie is de
grootste Nederlander aller tijden? Niet ‘Willem van Oranje’ of ‘Vadertje
Drees’ luidde daarop het antwoord van de kijkers, maar Pim Fortuyn – het
enfant terrible van de Nederlandse politiek, eveneens kort geleden vermoord
vanwege zijn politieke uitlatingen en overtuiging. Een sterke Nederlandse
identiteit moet weer worden opgebouwd, een canon van de vaderlandse
geschiedenis moet worden opgesteld, want alleen zo kun je andere
levensovertuigingen en -beschouwingen het hoofd bieden en een weg vinden in
de jungle van culturele en religieuze diversiteit. Niet alleen Nederland
kiest voor deze aanpak. Ook in andere Europese landen valt de roep om een
sterke identiteit in crisistijd te bespeuren.
Migratie en meervoudige identiteiten
Toch is het propageren van een sterke Nederlandse – of laten we het in
breder verband zien – van een Europese identiteit gestoeld op historische
wortels mijns inziens niet de juiste weg. De oude culturele en religieuze
kaart van Europa ligt al lang bij het oud papier. Het cultuurconcept van de
moderniteit uit de zeventiende en achttiende eeuw, waarin de eigenheid en
eenheid van volkeren werd benadrukt, en het daarmee samenhangende gevoel van
verbondenheid, heeft in het tijdperk van de mondialisering moeten
plaatsmaken voor culturele en religieuze verscheidenheid. De ander die
vijftig jaar geleden nog op een veilige afstand bleef, is door de
mondialisering en de daarmee samenhangende migratie onze buurman of
buurvrouw geworden. Of wij dat nu prettig vinden of niet, de realiteit is
dat een derde van de inwoners van Frankfurt geen Duits paspoort heeft en dat
bijna een derde van de bevolking van Londen van Aziatische of Afro-Caribische
afkomst is. Parijs is de op twee na grootste ‘Portugese’ stad. En Rotterdam
nadert de Canadese stad Toronto, waarvan 44 procent van de inwoners van
buitenlandse afkomst is.
Het Human Development Rapport 2004 van de VN-ontwikkelingsorganisatie United
Nations Development Programme (UNDP) toont aan dat in de laatste decennia
van de twintigste eeuw een van de grootste migratiegolven uit de
geschiedenis van de mensheid heeft plaatsgevonden. Tussen 1980 en 2000 steeg
het aantal immigranten dat uit Azië, Afrika en de Amerikaanse continenten
naar de Europese Unie kwam met 75 procent. In Noord-Amerika groeide in die
tijd het aantal buitenlanders van 14 naar 36 miljoen. Dat is een stijging
van 145 procent. Het rapport wijst erop dat deze migratiegolf gepaard ging
met revolutionaire veranderingen in de technologiesector. Overal ter wereld
zijn migranten vandaag de dag in staat om dubbele of meervoudige
identiteiten te ontwikkelen. Zij bouwen een nieuwe identiteit op in hun
nieuwe thuisland en houden tegelijk vast aan de identiteit van hun land van
herkomst via de nieuwste technologische communicatiekanalen en
transportmogelijkheden. De auteurs van het rapport menen, dat landen die
immigranten opnemen geen assimilatie van hen moeten verwachten. In plaats
daarvan moeten immigratielanden zich openstellen voor deze nieuwe
meervoudige identiteitsvorming en politieke maatregelen nemen, zoals
bijvoorbeeld het toestaan van twee paspoorten. Iemand kan Turk en
Nederlander zijn. Meervoudige identiteiten zijn een feit in een dynamisch
geworden wereld, zo stelt het rapport. Wie meent dat deze ontwikkelingen van
voorbijgaande aard zijn of dat zij te stoppen zijn, vergist zich. Zij zijn
inherent aan de mondialisering die eerder zal toenemen dan afnemen. Het
‘omarmen van diversiteit’ is volgens het rapport dan ook de enige duurzame
weg naar stabiliteit, vrede en democratie.
Of/of versus en/en
Deze ontwikkeling heeft niet alleen gevolgen voor de culturele, maar ook
voor de religieuze identiteit van mensen. Via immigranten komt men niet
alleen in aanraking met verschillende culturen, maar ook met een diversiteit
aan geloofsovertuigingen en levensbeschouwingen. Er zijn al mensen die zich
met meer dan één religieuze traditie verbonden voelen. In Azië is dit niet
nieuw is, maar in de westerse christelijke wereld zorgt dit voor heftige
theologische en dogmatische discussies. De Koreaanse theologe Chung Hyun
Kyung riep tijdens de conferentie van de Wereldraad van Kerken in Canberra
(1991) in haar toespraak de geesten aan van diegenen die in de geschiedenis
onrecht is aangedaan. De geest van Hagar, van Uria, van Jefta’s dochter, van
Jeanne d’Arc en van vele anderen, die het slachtoffer van kolonialisme,
fascisme, racisme en seksisme werden. Chung legde uit dat men in Korea
gelooft dat mensen die een onrechtvaardige dood zijn gestorven han-geesten
worden. Het is de verantwoordelijkheid van de levenden naar deze han-geesten
te luisteren en het onrecht dat deze mensen werd aangedaan te herstellen.
Deze han-geesten zijn volgens Chung de iconen van de heilige geest en ze
hebben de functie de stem van de heilige geest te laten klinken.
In het westen verweet men haar zich te bezondigen aan ‘syncretisme’, de
vermenging van elementen uit verschillende religies. Het christelijke mono-denken
dat één God, één Christus en één Heilige Geest voorstaat en daaruit één
universele waarheidsclaim weet af te leiden, is een van de pijlers van het
christendom. Je bent of christen, of moslim, of jood, of boeddhist, of
humanist. Je kunt je tot een andere religie bekeren, maar een meervoudige
religieuze identiteit is ondenkbaar. Op grond van dit mono-denken, in
combinatie met de ideologie van de superioriteit van het blanke ras, blikt
Europa terug op een geschiedenis van kolonialisme, van onderdrukking van
andere volkeren met behulp van godsdienstige en cultureel-politieke
overtuigingen. In de visie op en het omgaan met de ander, zoals die in het
huidige publieke debat over de integratie van mensen uit andere culturen en
met andere religieuze levensovertuigingen gestalte krijgt, wordt duidelijk
dat er nog steeds geen radicale breuk met deze koloniale denkstructuren
heeft plaatsgevonden.
Ik ben ervan overtuigd dat het ‘omarmen van diversiteit’, de weg van de
toekomst is. Dit vooronderstelt wel de bereidheid de vreemde niet alleen te
tolereren, maar in zijn anders-zijn te ontmoeten en met respect,
verwondering, nieuwsgierigheid en empathie tegemoet te treden. Het is
daarbij een vereiste ons eigen denken te dekolonialiseren door een statische
opvatting van identiteit, die mensen binnen een of/of schema in ‘autochtoon’
en ‘allochtoon’ indeelt, open te breken. Een meervoudige culturele en
religieuze identiteit toelaten, betekent ruimte maken voor een denken in
en/en, waarin de onderlinge verschillen niet als bedreiging maar als een
verrijking worden gezien.
Literatuur:
Manuela Kalsky, Een veelgelovig bestaan. Ethisch handelen en interreligieuze
dialoog, in: M. Kalsky, A. Lascaris, L. Oosterveen, I. van der Spek (red.),
Ons rakelings nabij. Gedaanteveranderingen van God en geloof, Meinema 2005,
94-109.
Manuela Kalsky, Vreemd-gaan als deugd. Gedachten over ‘de vreemde’ in
postkoloniaal perspectief, in: M. Kalsky, B. Leijnse, L. Oosterveen (red.),
Het heil op de hielen. Over de belofte van het vervulde leven, Meinema 2003,
95-113.
|

Dominicaans Studiecentrum
voor Theologie en Samenleving
Erasmusgebouw k17.28, Nijmegen
Postadres:
Nieuwe Herengracht 18
1018 DP Amsterdam
Tel. 020-6235721
secretariaat@nieuwwij.nl
www.dsts.nl |