Leo Oosterveen

Van soloreligieus naar multireligieus

Er is in het nieuwe religieuze landschap in Nederland een bange wezel opgestaan. De soloreligieus. Althans zo schat ik Anton van Harskamps typering in Trouw van 15 november in. De soloreligieus, in het bijzonder Jan Oegema die zichzelf als het prototype van deze nieuw religieuze diersoort heeft gepresenteerd (o.a. in Trouw van 8 november), is bang voor de verwarrende wereld. De soloreligieus zoekt beschutting en houvast bij een diepere en hogere religieuze eenheid in zichzelf, zoals trouwens de meeste ‘New Agers’ doen, meent Van Harskamp. Ze miskennen de gebrokenheid van de wereld, van zichzelf, en willen niet weten van een God die een tegenover is en hebben van de zonde geen benul. Ze zeggen in de christelijke traditie te staan, maar doen dat geenszins, aldus Van Harskamp. Juist vanwege hun angst staan de soloreligieuzen dicht bij hen die de ‘Course of Miracles’ volgen. Jaren geleden kwam Van Harskamp al tot de slotsom dat deze ‘cursisten’ op een extreem krampachtige manier hun (spirituele) leven in de greep proberen te krijgen en dat ze bij falen, waarop de kans heel groot is, met een enorm schuldgevoel worden opgezadeld.

Zijn hiermee de soloreligieuzen afgeserveerd? Wanneer ik Jan Oegema goed begrijp, zijn de soloreligieuzen van het geijkte kerkelijk-christelijke erfgoed los komen te staan, zijn ze spiritueel op zoek, maar hebben ze veelal wel degelijk een band met de christelijke traditie in het algemeen. Ze zijn individueel ingesteld en tonen zich vooral ‘lezers’. Hun spirituele vindplaatsen zijn boeken en artikelen. Iets anders geformuleerd: soloreligieuzen zijn die groep rand- en buitenkerkelijken die sinds de ontzuiling hun eigen spiritualiteit en levensbeschouwing al lezend bij elkaar sprokkelen. Sommigen staan dicht bij New Age, anderen weer helemaal niet. Een van de redenen van hun afscheid van het kerkelijke christendom gedurende de laatste decennia is dat het hen opzadelde met een enorm schuldgevoel. Denk aan de nadruk op de erfzondeleer en de tot in details geregelde biechtpraktijk. Auteurs als Aleid Schilder hebben erop gewezen hoezeer religieus gesanctioneerd schuldgevoel tot depressies kan leiden. Dat juk hebben velen afgeworpen. De kans lijkt mij daarom niet groot dat zij te rade gaan bij die nieuw-religieuze groeperingen die hen opnieuw met schuldgevoelens opzadelen.

Wel heeft Van Harskamp gelijk als de soloreligieus een nogal in zichzelf gekeerd type lijkt in zijn of haar spirituele en religieuze zoektocht (een verwijt dat ook Manuela Kalsky maakte in een debat over Oegema’s artikel, zie Trouw van 10 november). Dit blijkt allereerst uit de term ‘soloreligieus’, een begrip dat op een zeer individueel zelfverstaan wijst. Oegema’s rechtvaardiging van het begrip soloreligieus spreekt boekdelen: ‘Je bent soloreligieus, omdat je zonder kerkelijke binding bent en omdat je geen dak meer boven je hoofd hebt.’ Hiervan ontgaat mij de logica. Is een kerkelijk dak boven je hoofd dan de enige garantie om niet ‘solo’ te zijn? Dat is, postuum, wel erg veel eer voor de kerk. De bewering is volgens mij ook niet waar. Als je onder het kerkelijke dak vandaan komt, kom je terecht in het open veld, of op de markt: de ruimte van het publieke debat, ook het publieke religieuze debat. Te midden van dat gremium is het onmogelijk om solo te blijven. Tenminste als je bereid bent om het boekje dicht te slaan en van lezer spreker te worden. En te spreken valt er voldoende: met andere zogeheten ‘solo’s’, met kerkelijke mensen, met moslims, met agnosten en atheïsten. In dat gesprek gaat het niet alleen om expliciet religieuze zaken. Het gaat ook om maatschappelijke, ethische en politieke zaken: het samenleven met mensen met verschillende culturen en religies, de invloed van de markt op de privé- en de publieke sfeer.

In dit debat kunnen de soloreligieuzen niet gemist worden. Ze vormen een, naar ik inschat, te grote groep om zich stil te houden. Ze weten al dat hun eigen spiritualiteit gelaagd is en meervoudig. De religieuze meervoudigheid die ik hen bovendien toewens is die welke ze opdoen in het religieuze, ethische en sociale debat met anderen. In die zin hoop ik dat de soloreligieuzen multireligieuzen worden. Het begin is er al, met de ‘coming out’ van Jan Oegema.




Dominicaans Studiecentrum
voor Theologie en Samenleving
Erasmusgebouw k17.28, Nijmegen
Postadres:
Nieuwe Herengracht 18
1018 DP Amsterdam
Tel. 020-6235721
secretariaat@nieuwwij.nl
www.dsts.nl

© DSTS 2005