







|
Leo Oosterveen
Terug in de krochten van het
sociaal isolement
Hoe katholiek is een ‘verkerkte’ theologie?
In 1966 publiceerde de toen bekende Nijmeegse katholieke oecumenicus W.H.
van de Pol een bestseller: Het einde van het conventionele christendom.
Niet langer is, zo stelde hij, het christelijk geloof algemeen geaccepteerd
of biedt het nog geborgenheid. Onmogelijk is het om nog langer de
boventijdelijke waarheid van het kerkelijk geloof te bewijzen. Het geloof is
juist een toevallig historisch verschijnsel en moet uit de krochten van zijn
sociaal isolement komen, dat zo tekenend is geweest voor kerk, geloof en
theologie in de verzuilde tijd. Gelovigen zijn mondig geworden en willen de
eigen confessie-gebonden corpsgeest en het conformisme achter zich laten en
in gesprek gaan met andere kerken en de wereld, zo vond de oecumenicus.
Kortom, het einde van het conventionele christendom is nabij.
Hij uitte deze gedachten vlak na het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965)
dat de weg baande voor een ‘aggiornamento’, een bij de tijd brengen van de
kerk in een geest van openheid voor de wereld en het verstaan van de tekenen
van de tijd. Die openheid voor de wereld hield voor Van de Pol het afscheid
in van een traditioneel kerkelijk christendom dat in zichzelf besloten was.
Dit afscheid motiveerde de Nederlandse katholieke kerk in het midden van de
jaren zestig de daad bij het woord te voegen wat betreft de
theologiebeoefening. De traditionele priesteropleidingen van bisdommen,
ordes en congregaties werden samengevoegd tot vier zogeheten Katholieke
Instellingen voor Wetenschappelijk Theologisch Onderwijs (KIWTO’s). Samen
met de Nijmeegse theologische faculteit zouden zij een op de samenleving
gerichte (later ook maatschappijkritische) theologie gaan verzorgen voor
onder meer toekomstige priesters en pastoraal werk(st)ers, mannen en vrouwen.
Inhoudelijk ging het erom de christelijke theologische traditie, ook het
officiële kerkelijke spreken, in gesprek te brengen met de hedendaagse mens-
en cultuurwetenschappen, de moderne filosofie en nieuwe sociale
ontwikkelingen. Daarbij moet men denken aan wat toen ‘de’ secularisatie werd
genoemd, maar ook aan de nieuwe sociale bewegingen uit de late jaren zestig
tot en met de jaren tachtig, vooral de vrouwen- en vredesbeweging. Door deze
ontwikkelingen was de katholieke geloofsgemeenschap, zoals kerkelijk
Nederland in het algemeen, op drift geraakt en deze kon daarom de
bijdetijdse reflecties van de nieuwe theologische opleidingen goed gebruiken.
Streng gescreend
De tijden zijn veranderd. Steeds meer hielden de bisschoppen in de afgelopen
decennia benoemingen tegen van theologiedocenten die naar hun mening niet in
het kerkelijk profiel pasten. Er ontstonden bovendien weer aparte,
afgezonderde seminaries voor de priesteropleiding. Van de vijf katholieke
theologische opleidingen uit de jaren zestig zijn er nu nog twee over. De
ene is de Nijmeegse theologische faculteit, die echter reeds te verstaan is
gegeven dat ze niet langer opereert volgens de kerkelijke wet- en
regelgeving. De andere is de pas opgerichte Faculteit Katholieke Theologie,
onderdeel van de Universiteit van Tilburg met als hoofdlocatie Utrecht en
voortgekomen uit een fusie tussen de Tilburgse theologische faculteit en de
Katholieke Universiteit Utrecht (zie het hoofdredactioneel commentaar in
VolZin, 9 februari 2007). Feitelijk is deze laatste faculteit de enige
waaraan de Nederlandse bisschoppen de theologische opleiding van toekomstige
priesters en pastoraal werk(st)ers willen toevertrouwen. Docenten van de
beide fusiepartners zijn streng gescreend. Criterium is absolute trouw aan
het kerkelijk leergezag. De decaan van deze faculteit, Adelbert Denaux, zegt
dat de dialoog met de wetenschappen en de samenleving blijft bestaan. Maar
te verwachten is dat onder het wakend oog van de Groningse bisschop Wim Eijk,
verantwoordelijke in de bisschoppenconferentie voor het wetenschappelijk
theologisch onderwijs, uitsluitend de trouw aan paus en bisschoppen voorop
zal staan. Docenten die hieraan niet voldoen, worden niet aangesteld en
moeten maar uitwijken naar de departementen religiewetenschappen. Daarover
hebben de bisschoppen niets te zeggen, maar studenten daarvan komen niet in
aanmerking om pastor in een bisdom te worden.
Dynamische synthese
De theologie van de KIWTO’s was een experiment. Maar wat je er ook van
zeggen kunt, ze was een eigentijdse en dynamische synthese tussen geloof en
rede, met een open oor voor vragen uit de kerken en de samenleving. Deze
brede en open synthese kenmerkt een theologie die katholiek wil zijn. De
door de bisschoppen ingeslagen weg is de weg terug naar af: een theologie
die meer en meer een geïsoleerde kerkelijke schooltheologie is en ten
dienste staat van een conventioneel, apart gezet christendom - dat reëel
genomen nu nog veel minder bestaat dan veertig jaar geleden. Kenmerk van
deze theologie is vooral de legitimatie van de traditionele kerkelijke (seksuele)
moraal en van de officiële kerkelijke opvattingen over het gewijde ambt, de
eucharistie en de liturgie. Deze laatste zaken willen de bisschoppen meer en
meer in een heiligenschrijn plaatsen, afgezonderd van de leken en pastoraal
werk(st)ers. Te vrezen valt voor een theologie die wederom in een kerkelijk,
gelovig, wetenschappelijk en sociaal getto komt te verkeren; een getto
waarvan Van de Pol veertig jaar geleden al beweerde dat gelovigen dat achter
zich moeten laten, zo ze dat al niet hadden gedaan.
Dat dit getto opnieuw dreigt, is des te wranger omdat openheid voor de
christelijke theologie nu meer dan ooit geboden is en bovendien meer dan
ooit kansen heeft. We kunnen hierbij denken aan het theologisch doordenken
van het interreligieuze gesprek en aan de veelzijdige terugkeer van de
religie in het publieke domein. Deze vindplaatsen niet meer opzoeken en je
beperken tot traditioneel kerkelijk-theologische bronnen is schieten in
eigen voet.
Het dreigende getto van de Nederlandse katholieke theologie laat een
merkwaardige paradox zien. Het streven om de theologie weer binnen de muren
van de kerkelijke traditie te halen, maakt deze theologie juist geïsoleerd
ten opzichte van de reëel bestaande kerk- en geloofsgemeenschap. In die zin
leidt de politiek van de bisschoppen tot een minder kerkelijke theologie. De
kloof met de ‘gewone’ gelovigen wordt er alleen maar groter door, vooral met
degenen die zich aan de randen van de kerk op een eigen religieuze zoektocht
hebben begeven. De officiële kerkelijke theologie vervreemdt zich meer en
meer van de geloofszin der gelovigen die voor theologen altijd een
eye-opener moet zijn om te ontdekken waar het in het geloven om gaat.
Trouw aan onconventionele coalities
Hoe moeten theologen hun trouw aan de gelovigen die het conventionele
christendom voorbij zijn - en dat is het grote merendeel - waarmaken, nu dat
binnen de door de bisschoppen gestelde kaders niet meer kan? Dit is een
serieuze vraag, met name voor die theologen die buiten het bereik van de
officiële kerk werken in studiecentra, departementen religiewetenschappen en
andere instituten binnen en buiten de academie. Zij zullen de geluiden
moeten opvangen van de ‘kerk buiten de kerk’, bijvoorbeeld van mensen die
genoeg hebben van alleen maar schaalvergrotingen in het pastoraat of van de
terugdringing van leken en pastorale werk(st)ers in de kerk. Bovenal zullen
ze hun oren te luisteren moeten leggen bij wat het recente WRR-rapport
Geloven in het publieke domein de religieus en spiritueel ongebondenen noemt.
Deze ongebondenen zijn beslist niet allemaal ‘soloreligieuzen’. Zij zoeken
elkaar vaak juist op vanuit een ‘heilig niet weten’: in netwerken, fora,
bijeenkomsten, het internet, etc. Zij doen dit om samen uit te vinden wat
zij waardevol en onmisbaar vinden voor hun spiritualiteit en voor de
samenleving en wat dit alles te maken heeft met hun religieuze aanvoelen
omtrent het geheim van het leven. Langs deze weg ontstaan wat de filosofe
Donna Haraway ‘onwaarschijnlijke coalities’ noemde. In dit verband:
onwaarschijnlijke (inter)religieuze coalities over de grenzen van
denominaties, confessies en culturen heen. Met een knipoog naar Van de Pol
kunnen we ze ook onconventionele coalities noemen. Deze coalities zijn geen
hechte en zeker geen traditionele gemeenschappen, maar kunnen het, denk ik,
ook niet geheel zonder gemeenschapsvorming stellen. Deze coalities hebben
verbindende woorden nodig, zodat duidelijk wordt wat mensen in hun
religieuze zoektocht met elkaar te maken hebben. Theologen kunnen helpen
deze woorden te zoeken en uit te spreken, zodat er dwarsverbindingen in de
coalities ontstaan. Het leggen van gelovige dwarsverbindingen over grenzen
heen, dat is katholiciteit. En theologen die hieraan werken zijn katholiek.
Verschenen in VolZin van 23 februari 2007
|

Dominicaans Studiecentrum
voor Theologie en Samenleving
Erasmusgebouw k17.28, Nijmegen
Postadres:
Nieuwe Herengracht 18
1018 DP Amsterdam
Tel. 020-6235721
secretariaat@nieuwwij.nl
www.dsts.nl |