Naema Tahir

Op zoek naar een nieuw ‘wij’. Inleiding gehouden op het gelijknamige symposium op 15 maart 2008 te Nijmegen

 

Dames en heren,

Aan mij valt de eer en moeilijke taak om mijn gedachten te delen over 'Op zoek naar een nieuw Wij!'

Elke keer als ik een verzoek krijg van zo een aard - vraag ik mezelf af - heb ik wel iets om bij te dragen?

Nu, we spreken natuurlijk over een Nieuw Wij omdat het Oude Wij kennelijk verloren is gegaan en we een Nieuw Wij moeten definieren. En ik ben mede oorzaak van dat zoeken naar een nieuwe wij want mensen zoals ik hebben het prangender gemaakt - wij migranten.  

Dus - om het antwoord te geven - heb ik wel iets bij te dragen - nu ja, ik ben een migrant - de dochter van een migranten en intussen voel ik me verplicht om ook eruit te komen, samen met u.

En als schrijver - heb ik zwarte wortels en witte vrijheden, die melange is een stukje een nieuwe ik, geworden.

Dus ook uit nieuwsgierigheid ben ik hier - hoeveel nieuwe iks zijn er?

Dames en heren.

Iedereen die deel uitmaakt van dit nieuwe Wij eerst moet geloven dat Wij met zijn allen kunnen samenleven.

Ooit geloofde ik dat niet iedereen met elkaar kon samenleven. Dat er grenzen nodig waren om de ander ver weg te houden.

Zoals u weet: mijn wortels liggen in Brits-Indië. Mijn ouders zeggen liever dat ze uit Pakistan komen, maar Brits-Indie klinkt nu eenmaal zo chique...! Vooral nu u weet waar Pakistan toe in staat is.

U kent vast nog de geschiedenis van de onafhankelijkheid van India en Pakistan uit Brits-Indië in 1947. Pakistan is de eerste natiestaat gesticht in de naam van islam, het Heilige Land, zoals Pakistan letterlijk heet. De gedachte was dat moslims een eigen thuisland behoefden zonder de hindoes, sikhs, boeddhisten en andere gelovigen uit India. Moslims konden moeilijk met niet-moslims samenleven, dat was het achterliggende idee. 

Dames en heren, denkt u nog maar eens aan die gedachte.

Die gedachte is de basis geweest van mijn roman Eenzaam heden. En als schrijver wil ik graag het thema van mijn lezing benaderen vanuit mijn roman.

Daarin gelooft een van de hoofdpersonages dat moslims niet met niet-moslims kunnen samenleven.

En een andere personage gelooft dat juist wel.

Eenzaam heden gaat over een Pakistaanse moslimmeisje, dat leeft in een migrantengezin in Londen. Ze is vernoemd naar Dina Jinnah. Dina Jinnah was de verstoten dochter van de Stichter van Pakistan. Hij verstootte haar omdat ze verliefd werd en trouwde met een niet-moslim. En dat terwijl hij net een hele land had gesticht met de gedachte dat - daar gaan we weer - moslims kunnen niet samenleven met niet-moslims.

Eenzaam heden nu:

Dina gelooft wel dat ze goed in staat is om in Engeland te leven, al is ze moslim en Pakistaanse.

Maar haar vader Humayun gelooft dat het niet mogelijk is.

Humayun voelt zich er niet thuis. Niet in de laatste plaats omdat hij maar een migrant is. Om zich een man te voelen blijft hij dan maar liever een Pakistaan, een moslim. Langzaam ontpopt hij zich als een steeds traditionelere Pakistaan. Hij worstelt met zijn moderne identiteit, meer nog met de vrijheden die zijn vrouw en dochter willen. Zijn vrouw wil een bedrijf opzetten, maar dat duldt Humayun niet. In zijn beleving hoort een moslimvrouw, zeker een getrouwde moslima, nooit buitenshuis te werken. De enige rol die haar mag toevallen is de 'eervolle' rol als moeder en echtgenote. Als ze wil werken: goed, maar dan thuis, verstopt achter een naaimachine, tegen een schamel loon, want de tradities die een man een belangrijkere positie geven, zijn uiteraard belangrijker dan de emancipatie van de vrouw.

Humayun maakt zich intussen zorgen over zijn puberend kind Dina. Hij wil niet dat ze te westers wordt. Al bij haar geboorte niet.

Toen ze geboren werd, fluisterde haar vader een inaugurale rede van Pakistan in haar oortjes. Daarmee markeert hij zijn wil dat ze Pakistaans blijft en niet westers wordt.

Als Dina opgroeit, merkt ze dat ze graag wil aarden in Londen, maar dat mag dus niet. Ze mag van haar vader niet een Pakistaanse, en moslima en Britse worden.

Hij verbiedt haar van alles:

- Ze mag niet al te westers worden, maar moet de traditionele dochter blijven, zoals een goede moslima betaamt.

- Ze moet na school het liefst binnen blijven,

- Ze moet Punjabi spreken en geen Engels als bewijs van haar liefde voor traditie en oude culturen.

- Ze mag niet met de buurman spreken, omdat dat niet hoort.

- Ze moet van de vader traditioneel gekleed gaan in een wijde, ongemakkelijke tuniek, die het voor haar moeilijk maakt om bijvoorbeeld in een boom te klimmen.

- Ze mag geen advocaat worden, zoals haar broertje.

Omdat ze niet tegelijk Pakistaans , moslim en Brit kan worden, kiest de radicaal voor haar Brits zijn.

Dina raakt geobsedeerd door haar Britse identiteit. Ze tekent veelvuldig union jacks, gebruikt shampoo voor blondines om eruit te kunnen zien als Engelse dames, eet Engels eten, spreekt met een Engelse tongval, heeft een Engels vriendje. Intussen gaat ook haar vader door. Haar vader wil niet dat Dina zich thuisvoelt in Engeland. Waarom niet? Omdat Dina dan niet terug zou willen naar Pakistan. En opdat Dina zich niet thuis mag voelen, wordt hij afstandelijk ten opzichte van haar.

H31. Voorlezen uit Eenzaam heden [citaat]

Dames en heren als we moeten kiezen tussen identiteiten, tussen religies, komen we nooit tot een Nieuw Wij.

Erger nog, zoals mijn roman personage - die wordt liefde en aandacht onthouden - zodat ze niet opgaat in dat Nieuwe Wij.

 

Participatie: weg vooruit

Ik heb geen oplossingen. Als ik die dacht te hebben was ik vast politicus geworden

Misschien enkele vragen, daarna wat voedsel voor de gedachte.

Dames en heren, is integratie een onbereikbaar doel?

Anders, is een perfect geintegreerde migrantenpopulatie niet imaginair?

Wanneer is bijvoorbeeld iemand volledig geïntegreerd? Je hoort de vraag tegenwoordig steeds vaker. Ben ik voldoende geïntegreerd met mijn dubbele nationaliteit, of net niet? Ooit had ik zelfs drie nationaliteiten, de Britse, de Pakistaanse en de Nederlandse. Nu nog ‘maar’ twee, de Britse en de Nederlandse. Maakt dat mij minder loyaal tegenover de Nederlandse samenleving? Als ik menig autochtone Nederlander mag geloven, spreek ik goed Nederlands. Maar als ze merken dat ik mijn lidwoorden door elkaar haal en maar moeizaam gezegdes en spreekwoorden gebruik, vinden ze mij dan ook goed geïntegreerd? Of heb ik dan toch nog een eindje te gaan?

En tot die tijd, wat ben ik: half geintegreerd, bijna geintergreerd, bijna daar, net niet?

Ben ik niet totdat ik opga in de dominante groep, inferieur aan de Nederlander?

Volledige integratie: suggereert dat niet dat de migrant de marginale positie van de andere, en dus van de mindere, altijd zal behouden?

Dames en heren, ikzelf geloof niet dat je ooit volledig ‘Nederlander’ kan worden. Daarvoor mis je simpelweg het gereedschap van de dominante groep. Je begint al met taalachterstand, ook als je hoog opgeleid bent. Migranten hebben ook andere omgangsvormen meegekregen, meisjes zijn het bijvoorbeeld niet altijd gewend om in een gemengde klas te zitten, of hun vaders tegen te spreken.

Kijken we naar de afgelopen jaren, dan leek integratie te betekenen dat een migrant zich welhaast moest ontdoen van alle culturele baggage die hem belemmerde volledig Nederlander te worden.

In sommige gevallen is dat goed waar het de wet dient.

Zelfs goed om op de werkvloer - want laten we wel wezen, je moet je aanpassen aan de dominante groep.

Waar het betekende het ontkennen van de roots, raakten vele migranten gefrustreerd door de eis van integratie. De weerstand die dit opriep leidde er soms toe dat de religieuse of ethnische identiteit een absoluut karakter kreeg. Daarin voelt de migrant zich tenminste geaccepteert, erkent, meteen thuis. Gevolg hiervan was niet zelden dat de migrant zichzelf uitsloot van de Nederlandse samenleving.

Ze focussen op hun culturele identiteit of religie. Ze worden dan in de eerste plaats Turks of Marokkaans, of moslim, in plaats van een burger die goed meedraait in de maatschappij. Ze sluiten alle twijfel uit.

Tegenover de absolute eis om te integreren, krijgt het ‘moslim zijn’ dus een even absoluut karakter. De islam kent geen grenzen, geen nationaliteiten, geen ras. In die gemeenschap word je wèl geaccepteerd, meer nog: je voelt je uitverkoren, belangrijker dan de rest. Daar zijn zelfs immigranten die geboren en getogen zijn in het westen gevoelig voor. Ze willen zich toch érgens thuisvoelen, een plek vinden waar ze met open armen ontvangen worden.

De ander bombardeert Nederland tot het enige moederland.

Op zoek naar erkenning als een van ‘ons’ en niet langer een van ‘hen’ zijn, de migranten. Op zoek naar aanvaarding door de Nederlander, als volwaardige gelijke.

Maar ik zei het al; gelijkheid tussen allochtonen en autochtonen is een waanidee. Een ideaal geïntegreerde migrantenpopulatie is even imaginair als een geheel blank Nederland.

Wat dan wel?

Ik zou zeggen - simpelweg meedoen.

Dat mocht Dina niet van haar vader, dus raakte ze geobsedeerd door haar Brits-zijn.

Dat stellen ziekelijke moslimjongeren zich ook voor - dus worden ze radicaal moslims.

Laat het nieuwe weg naar voren participatie heten. Participatie leidt tot grotere betrokkenheid van de migrant. Door alleen al te participeren, heeft hij al een deel van de koek. Als hij meer wilt, beseft hij vanzelf dat daarvoor hogere eisen gesteld zullen worden; betere taalkennis, (her)scholing, en het verwerven van verfijndere sociale omgangsvormen die deelname vergemakkelijken in kringen tot ver buiten de originele groep van verwantschap. Als je participeert, besef je eerder wanneer je gemarginaliseerd zult worden. Mensen willen niet achterblijven terwijl iedereen hen voorbijsteekt.

Participatie voorkomt het vastklampen aan en het verstoppen achter cultuur of religie, simpelweg omdat de migrant daar geen afstand van hoeft te doen. De migrant zal op een meer ontspannen manier zijn dagelijkse werkzaamheden verrichten samen met anderen. Niet als moslim, Turk of allochtoon, maar als scholier, student, zakenpartner, collega. 

Talenten en verworvenheden en dat soort zaken staan voorop.

Waar integratie absoluut is, en een sterke focus legt op je religieuze en culturele identiteit, bereikt participatie dat we elkaar zien als deelnemers waarin iemand kennis neemt van de ander, relaties ermee durft aanknopen, en er wederzijdse respect ontstaat, omdat de migrant niet inferieur is maar gelijkwaardig. De migrant moet dan niet iets worden, alvorens hij betekenis kan geven aan deze maatschappij. Hij is. Namelijk een participant.

En ik denk dat daarin het nieuwe Wij besloten ligt.

 




Dominicaans Studiecentrum
voor Theologie en Samenleving
Erasmusgebouw k17.28, Nijmegen
Postadres:
Nieuwe Herengracht 18
1018 DP Amsterdam
Tel. 020-6235721
secretariaat@nieuwwij.nl
www.dsts.nl

© DSTS 2005